Radboud Universiteit Nijmegen
College van Bestuur
Postbus 9102
6500 HC Nijmegen
Per post en per fax: 024-3564606
Baarn, 12 oktober 2006
De Jonge/Radboud
BEZWAARSCHRIFT
Geacht[ C]ollege van Bestuur,
1. Hierbij maak ik namens:
De heer N.L.M. de Jonge
[adres]
bezwaar tegen uw beschikking d.d. 1 september 2006, waarvan bijgaand een kopie is bijgevoegd (bijlage 1).
2. In de bestreden beschikking wordt De Jonge de inschrijving aan uw universiteit voor de opleiding Pedagogische wetenschappen geweigerd. Dit alles op grond van artikel 7.37 lid 6 WHW.
3. Ik verzoek u naar aanleiding van dit bezwaarschrift voornoemde beschikking te vernietigen en wel op de volgende gronden.
4. Het College van Bestuur heeft zich eerder op het standpunt gesteld dat "u door het expliciet en publiekelijk als pedofiel te profileren een ernstige inbreuk op het vertrouwensklimaat maakt dat de universiteit moet bieden en daarmede in ernstige mate afbreuk doet aan de eigen aard van de universiteit. U heeft in uw bezwaarschrift noch tijdens de hoorzitting de vrees kunnen wegnemen dat u misbruik zult maken van de inschrijving en de daaraan verbonden rechten. Gelet op artikel 7.37 WHW handhaaft het college zijn besluit tot beëindiging van de inschrijving.".
5. Eerst de profilering als pedofiel. De Jonge is daar altijd en overal zeer duidelijk in geweest. Verwezen kan worden naar punt 9 van de pleitnota, waar staat: het feit dat hij bepaalde gevoelens koestert, wil nog niet zeggen dat hij die vervolgens ook in de praktijk brengt.
6. Het is daarbij ook een feit dat cliënt bereid was (en is) tot het maken van allerlei afspraken zoals bijvoorbeeld het nooit alleen zijn met een kind.
7. Het enkele feit dat cliënt stelt gevoelens te hebben voor puberale meisjes is onvoldoende voor gegrond vrees tot misbruik.
8. Er zijn nogal wat mensen die gevoelens hebben en geen misbruik maken.
Eigen aard instelling ex artikel 7:37 WHW
9. Allereerst het volgende. Uit niets blijkt nog steeds wat nu de eigen aard is waarop een inbreuk wordt gemaakt. De instelling stelt zich zo ongeveer op het standpunt dat een eigen aard gelijk moet worden gesteld met een hechte academische gemeenschap en dat zou tot uiting komen in het vertrouwensklimaat dat binnen deze gemeenschap in stand gehouden wordt.
10. Dat betekent dat appellant nergens meer kan studeren, want elke universiteit heeft een hechte academische gemeenschap.
11. Dit zou weer betekenen dat er strijd is met het zevende lid van artikel 7:37 [...].
12. Dat geldt hier des te sterker omdat door de formulering van verweerster elke (daarvoor uitkomende) pedofiel niet meer aan de universiteit mag studeren. Mede gezien de uitdrukkelijke link die door de universiteit tussen het pedofiel zijn en de betreffende pedagogische studie wordt gelegd, is het onbegrijpelijk dat cliënt bijvoorbeeld geen rechten mag studeren.
13. Naar de mening van appellant heeft e.e.a. niets te maken met de eigen aard van de instelling en indien dat wel zo is dan verzoekt hij de instelling terzake haar beleid kenbaar te maken bijvoorbeeld ten aanzien van veroordeelde verkrachters; mogen die nog studeren en rondlopen in een "hechte gemeenschap vol met vrouwelijke studentes". Hetzelfde geldt uiteraard voor iedereen die dan ooit een zwaar misdrijf heeft begaan. Daar zou toch een ontzettende onrust ontstaan met alle daarbij behorende inbreuken op het vertrouwde klimaat en dus op de eigen aard.
Twee maten en de eigen aard
14. Het vreemde is dat gevallen waarover echt onrust is ontstaan, niet worden bestraft. Appellant wijst hierbij op het geval van Van der Veen die zijn vreugde uitsprak over de dood van T. van Gogh en dhr. Wilders dood wenste. Volgens het college van bestuur waren de uitspraken in flagrante strijd met de waarden waar de Radbou[d] Universiteit voor st[o]nd en plaatste hij zichzelf buiten de universitaire gemeenschap.
15. Abdul-Jabbar Van de Ven kon echter rustig doorstuderen aan de universiteit, zelfs nadat bekend werd dat hij contacten onderhield met terroristen.
16. In dit geval is er simpelweg geen sprake van gedrag dat inbreuk maakt op de eigen aard van de instelling en wel mede omdat in dit geval de eigen aard ontbreekt. De eigen aard is hetgeen [waar] de instelling haar bijzondere karakter aan ontleen[t] en juist een hechte academische gemeenschap is iets dat elke universiteit pretendeert te hebben.
17. Cliënt stelt zich op het standpunt dat het eigen aard verhaal een typisch gelegenheidsargument is en dat het werkelijke probleem is dat men een pedofiel ongeschikt voor de studie vindt.
Geen grondslag
18. In de nieuwe wet (de WHOO) waarmee het hoger onderwijs waarschijnlijk straks [...] te maken krijgt is opgenomen artikel 3.48. Artikel 3.48 lid 1 vermeldt dat het college van bestuur op voorstel van de examencommissie in bijzondere gevallen en op objectieve gronden de inschrijving van een student voor een opleiding kan beëindigen, als die student door zijn gedragingen blijk heeft gegeven van ongeschiktheid voor de uitoefening van een of meer beroepen waartoe de door hem gevolgde opleiding hem opleidt. [...]
19. In de memorie van [...] (artikel[s]gewijze) toelichting is vermeld dat er geen vergelijkbaar artikel in de WHW is opgenomen en tevens wordt er verwezen naar de problematiek van in opleiding zijnde artsen die ongeschikt bleken te zijn voor hun beroep bijvoorbeeld omdat zij ontuchtige handelingen met hun pati[ë]nten [hadden gepleegd].
20. De wetgever meent dat er thans voor dat soort gevallen geen grondslag aanwezig is om de student de toegang tot het onderwijs te ontzeggen.
Misbruik bevoegdheid
21. Dit betekent ook dat cliënt dus tot de conclusie komt dat er een bevoegdheid wordt gebruikt voor een ander doel dan waarvoor die bevoegdheid is gegeven. Immers artikel 7:37 WHW strekt niet tot het geven van een bindend negatief studie-advies.
Belangenafweging
22. Uit niets blijkt dat er sprake is geweest van een belangenafweging.
Hoorrecht
23. Ten aanzien van het hoorrecht verzoek ik u cliënt telefonisch (door middel van mij[)] te horen[.]
Conclusie:
Ik verzoek u derhalve namens cliënt om een nieuwe beschikking af te geven en te bepalen dat de inschrijving van cliënt alsnog zal worden geaccepteerd en dat hij zal worden toegelaten tot de opleiding pedagogische wetenschappen, althans enige studie welke cliënt wenst te studeren. Cliënt maakt aanspraak op de kosten van deze procedure.
Gemachtigde
[handtekening]
E.J. de Groot