College van beroep voor het
Hoger onderwijs
Per fax: 070-3813048

23 Februari 2007

De Jonge/Kun

Geacht college,

  1. Namens cliënt kan ik in mijn reactie kort zijn. Op geen enkele manier is tot op heden de zogenaamde verbondendheid met het katholieke volksdeel ten grondslag aan dit besluit gelegd. Sterker nog; ter zitting was het volstrekt duidelijk dat de statuten geen enkele, maar dan ook geen enkele rol hadden gespeeld in de totstandkoming bij dit besluit. Het woord "katholiek" komt letterlijk voor de eerste keer voor in de pleitnota van mr Daalder en dan ook nog eens in een totaal andere context.
  2. Over de eigen aard heeft verweerder al uitvoerig geschreven en ik kan namens cliënt verwijzen naar ongeveer de helft van het verweerschrift en wel naar de punten punt 4.10 tot en met 4.22 van het verweerschrift. Met geen woord wordt aldaar gerept over het moraal van het katholieke volksdeel en de gevolgen voor deze zaak. Het komt de geloofwaardigheid van de zaak niet ten goede als pas na afloop van de zitting en op aandringen van uw college de statuten in het geding wordt gebracht en dat vervolgens de toelichting wordt gebruikt om - hoe verrassend - aan te tonen dat er wel degelijk in de statuten handvatten staan om de Jonge de toegang tot de universiteit te ontzeggen.
  3. Wat cliënt nu begrijpt is er binnen het katholieke moraal overwegende bezwaren bestaan tegen vrije opvattingen op seksueel gebied. De katholieke moraal wijst pedofilie af. Het handelen van De Jonge is daarmee niet in overeenstemming te brengen.
  4. Allereerst is van belang dat de Jonge helemaal niet handelt, maar dat hij stelt pedofiele gevoelens te hebben en dat de politieke partij waarvoor hij actief is een voorstander is van een liberaler regime. Handelen is niet gelijk aan gevoelens!
  5. De redenering van verweerder acht ik ook zelfs bijzonder gevaarlijk want met exact dezelfde redenering zouden homofielen en lesbiennes geweigerd kunnen worden. Immers, het katholieke moraal wijst ook homofilie af. Dat betekent derhalve dat door de enkele publieke profilering als homofiel, er een ernstige afbreuk wordt gemaakt op de eigen aard van de universiteit.

    Jezus bevestigt deze scheppingsorde: Hebt gij niet gelezen, dat de Schepper hen van den beginne als man en vrouw heeft gemaakt? (Mattheus 19:4, e.v.). En Paulus gebruikt de intieme relatie tussen een man en een vrouw , dit geheimenis is groot, als een illustratie van de relatie van Jezus Christus met Zijn gemeente (Efeziers 5:31-33). Leviticus hoofdstuk 20, vers 13: Een man die gemeenschap heeft met iemand van het mannelijke geslacht, zoals men gemeenschap heeft met een vrouw, beiden hebben een gruwel gedaan, zij zullen zeker ter dood gebracht worden, hun bloedschuld is op hen.

  6. Een bijzonder geval wordt getracht met een algemene regel(Het katholieke moraal is tegen vrije opvattingen op seksueel gebied) te vangen, terwijl we weten dat de algemene regel niet wordt nageleefd. Waarom niet? Omdat vrije opvattingen op seksueel gebied vaak samenhangen met de tijdsgeest. Er is niemand die zal durven beweren dat met de "eigen aard"van een instelling in de hand een homofiel kan worden geweigerd.
  7. Daarmee is ook de kern van de zaak gegeven. Bij de eigen aard van de instelling gaat het om de eigen aard van de instelling. Dit is geen typefout. Zelfs verweerder beweert niet dat aan de Radbout beperkte/bekrompen opvattingen bestaan over sexualiteit dan op een gemiddelde universiteit elders. De citaten uit de bijbel zoals hiervoor weergegeven zijn bepaald geen citaten welke zich laten typeren als passend binnen de eigen aard van de instelling.
  8. Van belang is ook dat de Jonge zijn uitspraken heeft gedaan als bestuurslid van de PNVD. Hierover is ook geen misverstand en ik kan verwijzen naar 1.17 van het verweerschrift. Het gaat bijzonder ver om uitspraken gedaan in zijn hoedanigheid van vertegenwoordiger van een(legale) politieke partij te toetsen aan het katholieke moraal, hetgeen niet gelijk is aan de eigen aard van de instelling, en daar vervolgens de consequentie maar aan te verbinden dat cliënt maar elders moet gaan studeren.
  9. Terug naar de statuten. De statuten bevatten helemaal niets nieuws. Vanuit de vroegere naamgeving (Katholieke Universiteit Nijmegen) wisten wij al dat er enige verbondendheid was met het katholieke deel van Nederland. De praktijk van deze eigen aard dient vervolgens te blijken in het instellingsplan, althans het hier geheten strategisch plan of in ieder geval de dagelijkse praktijk. Het enige concrete waar de universiteit hier steeds op heeft gewezen is dat er sprake is student gerichte instelling. Dat pretendeert echter elke universiteit en is bovendien niets anders dan een uitvoering van een wettelijke taak.
  10. In de toelichting wordt zowat nog gesuggereerd dat de academische gemeenschap bij verweerder bestaat uit personen met een gezamenlijke achtergrond en dat wil dan zeggen een katholieke achtergrond. Dat blijkt echter helemaal nergens uit. Het blijkt in ieder geval niet uit het strategisch plan en voor de goede orde: dezerzijds wordt er toch sterk getwijfeld aan het waarheidsgehalte van de opmerking. Anders gezegd: een gemiddelde student bij verweerder zou van deze stelling behoorlijk vreemd opkijken.

    Samenvattend

  11. Verweerder tracht haar universiteit beduidend katholieker voor te stellen dan zij in werkelijkheid is. Haar eigen aard wordt hier een beetje opgepoetst. Dat dat zo is, blijkt ook wel dat tot de zitting er niemand op het idee kwam om de katholieke aard als excuus te gebruiken. De eigen aard moet blijken uit daden en niet uit een los van de werkelijkheid staande toelichting.
  12. Ik concludeer dat de universiteit niet heeft kunnen aantonen dat de Jonge misbruik maakt door in ernstige mate afbreuk te doen aan de eigen aard van de instelling.

Hoogachtend,

E.J. de Groot