Door: Mare, http://www.leidenuniv.nl/mare/2007/33/0103.html
Datum: donderdag, 14 juni 2007
Norbert de Jonge, de student pedagogiek die van de Radboud Universiteit werd gestuurd vanwege zijn pedofiele geaardheid, is niet welkom in Leiden. Het lijkt uit te lopen op juridische stappen: 'Ik ga mij wel inschrijven.'
'Wij verzoeken u geen aanvraag tot inschrijving bij onze universiteit te doen. Zou u daartoe toch overgaan, dan zal uw inschrijving worden geweigerd.' Was getekend: het college van bestuur van de Universiteit Leiden. Wim van Amerongen, woordvoerder van het cvb, kan zich niet herinneren dat ooit eerder een student is geweigerd. 'Behalve dan als ze niet aan de toelatingseisen voldeden, natuurlijk.'
De boodschap is duidelijk: Norbert de Jonge, openlijk pedofiel en secretaris van een partij die seks met kinderen wil legaliseren, is niet welkom aan de Leidse opleiding orthopedagogiek. 'Een student die zich openlijk als pedoseksueel presenteert, betekent een aantasting van het vertrouwensklimaat dat het departement met opgroeiende kinderen, hun ouders en sociale omgeving heeft', schrijft het cvb.
Dat dacht het bestuur van De Jonges vorige universiteit ook. Hij vocht de beslissing toen aan, maar het college van beroep voor het hoger onderwijs gaf de Radboud Universiteit gelijk. Het katholieke karakter van de Nijmeegse universiteit speelde bij die uitspraak een belangrijke rol.
'De Universiteit Leiden kan met die strohalm niet komen aandraven', aldus De Jonge. 'Ik ga me wel inschrijven, en bij weigering zal ik juridische stappen ondernemen.' Van Amerongen: 'Wij zien een eventuele procedure met vertrouwen tegemoet.' (BB)
Pedo: 'Ik ben een bedrijfsrisico'
'Dat betekent dat er nu eindelijk een échte uitspraak komt', zegt De Jonge. 'In de zaak tegen de Radboud Universiteit bleek die instelling ineens eigenlijk katholiek. Dat betekent dus dat er geen principiële uitspraak is geweest over de vraag of een pedofiele student pedagogiek mag gaan studeren.'
Het college stelt dat zijn komst de vertrouwensrelaties die gelden bij pedagogiek zouden schaden, en dat onderwijs en onderzoek er ernstig onder zouden leiden als bezorgde ouders hun kinderen weg zouden houden. 'Dat begrijp ik wel', zegt De Jonge, 'maar als universiteit moet je dan voet bij stuk houden. Op een universiteit moet primair een universitaire houding gelden, waar plek is voor kritiek en afwijkende meningen. Maar universiteiten zijn bedrijven geworden, en ik ben een bedrijfsrisico. Ze zijn bang om mij als student te hebben.' De Jonge is overigens nooit veroordeeld voor misbruik van kinderen.
De student betreurt het zeer dat de toelatingscommissie van pedagogiek en het Leidse college niet in wilden gaan op zijn verzoek tot een persoonlijk gesprek, waarin hij zijn standpunten toe kon lichten. Hij gaat zich gewoon inschrijven: 'ik bestel anoniem de inschrijfformulieren, en stuur ze dan aangetekend op naar Leiden. Als ze echt weigeren, bel ik mijn advocaat. Maar eigenlijk zouden andere universiteiten moeten opstaan en zeggen dat ik daar wel welkom ben.'
Universitair woordvoerder Wim van Amerongen kan zich niet herinneren dat er ooit eerder een student is geweigerd. 'Behalve als ze niet aan de toelatingseisen voldeden natuurlijk.' Verder wil hij niet inhoudelijk op de zaak ingaan: 'Ik ga niet via Mare discussiëren met De Jonge.' (BB)