Kühn c.s. Advocaten

Raad voor Rechtsbijstand Amsterdam nr 4FU9737

Rechtbank te 's Gravenhage

Heden de [stempeltekst:]negentiende[einde stempeltekst] oktober tweeduizend zes ( 2006) ten verzoeke van Martine Maria Elisabeth Rietjens, woonachtig in Amsterdam, te dezer zake domicilie kiezend aan het kantoor van Kühn advocaten aan de Nijenburg 75 (1081 GE) te Amsterdam alwaar mr J.E de Wijn als advocaat is aangesteld, mede aan het kantoor van Kortenbach van Steensel aan de Jan van Nassaustraat 37 ( 2596 BM) te Den Haag alwaar mr R.E Troost als procureur wordt gesteld en als zodanig zal optreden

heb ik

[stempeltekst:]Patrick Wilhelmus Johannes van der Pas, als toegevoegd kandidaat-deurwaarder werkzaam ten kantore van Melle de Braak, als gerechtsdeurwaarder gevestigd te 's-Gravenhage, kantoorhoudende te 's-Gravenhage aan de Laan van Nieuw Oost Indie 42-44;[einde stempeltekst]

GEDAGVAARD

1 De vereniging Partij Naastenliefde, Vrijheid & Diversiteit ( de PNVD) gevestigd aan [adres], aldaar mijn exploit doende en een afschrift dezes latende aan

[stempeltekst:]Voormeld adres in gesloten enveloppe met daarop de vermeldingen als wettelijk voorgeschreven, omdat ik aldaar niemand aantrof aan wie rechtsgeldig afschrift kon worden gelaten;[einde stempeltekst]

2 de heer Matheus Hendrik [Hendrick] Uittenbogaard voorzitter van het bestuur van de Partij Naastenliefde, Vrijheid & Diversiteit (PNVD) gevestigd aan [adres], aldaar mijn exploit doende en een afschrift dezes latende aan [typemachine-tekst]etc[einde typemachine-tekst]

3 de Staat der Nederlanden, (de Minister van Justitie) zetelend te 's Gravenhage, aldaar ten parkette van de Procureur Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden, aldaar mijn exploit doende, sprekende met en afschrift dezes latende aan: [typemachine-tekst]etc.[einde typemachine-tekst]

-----------einde pagina 1

OM

[typemachine-tekst]woensdag, de achtste november - - tweeduizend en zes - des voormiddags te 10.00 - - - - - - - - - - -[einde typemachine-tekst] uur om als gedaagden niet in persoon doch vertegenwoordigd door een procureur te verschijnen ter terechtzitting van de Rechtbank te 's Gravenhage, zitting houdende in het Paleis van Justitie aan de Prins Clauslaan nr 60 aldaar.

MET AANZEGGING

Dat indien gedaagden niet op de eerste of op een door de rechter nader te bepalen roldatum in het geding verschijnen dan wel verzuimen procureur te stellen en de voorgeschreven termijnen en formaliteiten in acht zijn genomen, de rechter verstek tegen hen zal verlenen en de vordering zal toewijzen, tenzij deze hem onrechtmatig of ongegrond voorkomen; [typemachine-tekst]met dien verstande dat tussen eisende partij en gedaagden een vonnis zal worden gewezen dat als een vonnis op tegenspraak zal worden beschouwd indien ten minste één van de gedaagden in het geding verschijnt;[einde typemachine-tekst]

TENEINDE

Alsdan namens eiseres te concluderen voor eis, waarvan de gronden als volgt luiden:

I FEITEN EN ACHTERGRONDEN

In de periode van april 2004 - mei 2005 is er een partijprogramma Naastenliefde Vrijheid en Diversiteit opgesteld welke, op 14 juni 2006, op grond van een statutenwijziging het doel werd van de oprichting van een vereniging Partij van Naastenliefde Vrijheid en Diversiteit (PNVD). Het bestuur van de vereniging maakt bekend dat zij met de vereniging politieke ambities heeft. Het plan van de vereniging en diens bestuur om openlijk te prediken voor vrijheid van seks met kinderen zo ook kinderen vanaf 12 jaar te onttrekken aan de bescherming van de overheid veroorzaakte veel maatschappelijke verontwaardiging en onrust.

Op verzoek van zowel enige politieke vertegenwoordigers als door actiegroepen werd de Minister van Justitie verzocht om een onderzoek van het Openbaar Ministerie naar de strafbaarheid van de partijdoelen en derhalve naar een mogelijkheid de vereniging te verbieden. De Minister was niet bereid een onderzoek in te stellen zolang er geen sprake was van het plegen van strafbare feiten door het bestuur / de leden van de vereniging.

Op 17 juli 2006 werd door de Voorzieningenrechter te Den Haag in het openbaar het vonnis uitgesproken dat op grond van wetgeving de oprichting van een vereniging met het doel om op parlementaire wijze de wet te willen veranderen niet kon worden verboden.

Op grond van de wettelijke verplichting van de overheid om kinderen te beschermen en het maatschappelijke draagvlak welke als gevolg van het Kort Geding in juli 2006 duidelijk werd is besloten de handelswijze / instelling van zowel de vereniging en diens bestuur te toetsen aan de hand van internationale en nationale wetgeving met betrekking tot de rechten van het kind.

-----------einde pagina 2

De verplichting van de overheid om voorzieningen te treffen voor kinderen in het belang van een bijzondere bescherming is, naar de mening van eiseres, niet in overeenstemming met de weigering van de Minister om het Openbaar Ministerie opdracht te geven onderzoek te verrichten naar de doelstellingen van de PNVD.

Eiseres acht zich ontvankelijk in haar eis aan de rechtbank voor recht te verklaren dat enkele partijdoelen van de PNVD zo ook het handelen van de Minister onrechtmatig is.

II ONTVANKELIJKHEID

Eiseres is als juriste werkzaam bij een juridisch adviesbureau voor kinderen en voelt zich zeer betrokken bij de rechten van het kind. Zij is binnen haar werkzaamheden doelgericht bezig met de implementatie van de kwaliteitscriteria uit het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind (IVRK) binnen de Nederlandse rechtspraak. De partijdoelen van de PNVD zijn in strijd met de Rechten van het Kind en, mede om die zelfde reden, in strijd met hetgeen in het maatschappelijk verkeer betaamt. Eiseres beroept zich op de rechtstreekse werking van artikel 3 van het IVRK paragraaf 1:" Bij alle maatregelen betreffende kinderen, omgeacht [ongeacht] of deze worden genomen door openbare of particuliere instellingen voor maatschappelijk welzijn of door rechterlijke instanties, bestuurlijke autoriteiten of wetgevende lichamen, vormen de belangen van het kind de eerste overweging"'.

Eiseres is ontvankelijk in haar eis op de volgende gronden:

1. eiseres is ontvankelijk in haar eis, omdat: aan een processueel belang van kinderen, zo ook van de groep volwassenen die slachtoffer zijn van seksueel misbruik, onvoldoende mogelijkheid wordt geboden toegang te krijgen tot rechterlijke toetsing ex art 6 EVRM. Eiseres maakt de rechtbank erop attent dat kinderen vanaf hun geboorte ex art 1 EVRM ook ressorteren onder haar rechtsmacht, de rechten en de vrijheden die zijn vastgelegd in de Eerste Titel van dit Verdrag. Er moet meer naar de kinderen geluisterd worden. (N. Quik-Schuijt Childrens's advocates, " In the best interest of the Child, 2001 p 17). Zo meldt ook "The Manual on Human Rights Reporting, 1997 (productie 1)

2. eiseres is ontvankelijk in haar eis omdat:

-----------einde pagina 3

3. eiseres is ontvankelijk in haar eis, omdat:

4. eiseres is ontvankelijk in haar eis, omdat: de burgerlijke rechter bevoegd is, nu er geen andere rechtsgang is aangewezen. In de literatuur is de heersende mening, dat het belangvereiste daarbij geen barrière moet vormen. Bij wie kan de burger bij gebrek aan pastoor of dorpsoudste, anders terecht dan bij de rechter?i [typemachine-tekst](T. Hartlief, R.J. Tjittes, Kroniek Vermogensrecht, NJB 2000, p. 1522)[einde typemachine-tekst] De rechtsmacht van de burgerlijke rechter is niet beperkt tot vorderingen met een "echte" burgerrechtelijke basis. Zoals dan wel wordt gezegd: de burgerlijke rechter fungeert als" restrechter" voor alle aanspraken / vorderingen die niet, doordat daarvoor een andere rechtsgang is aangewezen, aan zijn oordeel zijn onttrokken. Waar de eiser een deugdelijk vorderingsrecht heeft dat niet aan de burgerlijke rechter is onttrokken, staat haar om die reden de toegang tot die burgerlijke rechter open.(HR LJN AOO9, zaaknr CO2/256HR en HR 28-02-1992, AB 1992, 301). Ook tijdens het kruisrakettenproces uit 1986 is gebleken, dat de burgerlijke rechter bevoegd is, als de burger zich in zijn actie tegen de overheid beroept op het gepleegd zijn van een onrechtmatige daad, ook al beroept de overheid zich voor de aantasting van de belangen van de burger op het publiekrecht. Hier liep de rechtbank te 's Gravenhage uit de pas, die zich onbevoegd verklaarde, gecorrigeerd door de Hoge Raad. ( HR 10-11-1989, NJ 1991, 248)

III DE EIS

voor recht de onrechtmatigheid te verklaren:

1 het partijprogramma van de Vereniging Partij Naastenliefde, Vrijheid & Diversiteit ( de PNVD), verder te noemen "de vereniging", zoals vastgesteld door het bestuur van de vereniging en vastgelegd in het document Naastenliefde, Vrijheid & Diversiteit, te weten de partijdoelen zoals beschreven onder punt 5.2, 6.10, 6.16,6.21 en 9.2 t/m 10. (productie 2)

2 het nalaten van de Minister van Justitie, verder te noemen de Minister, waarin deze de voorkeur geeft aan een beperking van de democratische beginselen ten nadele van de bescherming van kinderen en jeugd (productie 3) met de wetenschap dat de Minister hiermee

A in strijd handelt met de Rechten van het Kind en

B inbreuk doet op het recht op veiligheid en bescherming van kinderen die
B01 slachtoffer zijn van mishandeling

-----------einde pagina 4

B02 als kind slachtoffer zijn van exploitatie ten gunste van het tot stand komen van kinderpornografie door individuen en de daartoe georganiseerde netwerken van verboden filmindustrie.

C in strijd handelt met het maatschappelijk verkeer gezien het kindsbeeld in onze samenleving overeenkomt met de overtuiging dat het kind, als zelfstandig mens in ontwikkeling, het recht heeft om onbedreigd op te groeien tot een individuele persoonlijkheid.

IV VERWEREN EN GRONDEN gedaagden 1 en 2

Gedaagde sub 1 en 2 heeft in het aan deze procedure voorafgaande tegen de vordering van eiseres - voor zover bekend - de volgende verweren aangevoerd:

De Vereniging van de PNVD (PNVD) en diens leden zien zichzelf als kritische vrijdenkers die belang hechten aan ratio en de kracht van het argument met als doel enerzijds taboes en dogma's te doorbreken in de hoop daarmee angst en intolerantie tegen te gaan; de PNVD heeft de wens dat een groot deel van de Nederlandse bevolking zich tot een soortgelijke vorm van kritische vrijdenkerij aangetrokken zal voelen. (productie 4)

Het uiteindelijke doel van de partij echter is om zich verkiesbaar te stellen en middels de parlementaire beïnvloeding de strafwet te veranderen en de strafbaarstelling van seksuele misdrijven te veranderen.

De gedaagden, de vereniging van de PNVD en de personen zoals genoemd als bestuursleden van de vereniging beroepen zich op de vrijheid van meningsuiting en hun mening dat de doelstellingen van het partijprogramma niet in strijd zijn met de openbare orde. Om die reden, zo is het argument kan er geen sprake zijn van een verbod op de vereniging ex art 2 : 20 BW. (zie productie 3)

VERWEREN EN GRONDEN gedaagde 3

In 1995 heeft de Nederlandse regering het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind (IVRK) geratificeerd waarmee de Nederlandse wetgever, de Nederlandse rechtspraak en de Nederlandse autoriteiten ten aanzien van het algemeen belang inzake kinderen en het individuele belang van ieder kind, zich hebben verplicht tot een beleid / besluit waarin primair het belang van het kind wordt afgewogen. (art 3, par 1 IVRK)

De geest van het Internationaal Verdrag is gebaseerd op het recht van ieder kind om op te groeien " and be protected against all forms of neglect, cruelty and exploitation. He shall not be the subject of traffic, in any form". ( Declaration Of The Rights of the Child: New York , 20 november 1959, par.9).

Op grond van het internationale verdragsrecht verbindt de Minister zich ertoe " het kind te verzekeren van de bescherming en de zorg die nodig is voor zijn of haar welzijn, rekening houdend met de rechten en plichten van zijn of haar ouders, wettige voogden of anderen die wettelijk verantwoordelijk voor het kind zijn, en nemen hiertoe alle passende wettelijke en bestuurlijke maatregelen. ( art 3.2 IVRK )

-----------einde pagina 5

Met de ratificatie van het Internationaal Verdrag van de Rechten van het Kind in 1995 ontstaat de verplichting van de overheid de bescherming van kinderen voorrang te geven aan democratische vrijheden van groepen burgers die handelen in strijd met veiligheid en de bijzondere bescherming van het kind.

De stellingname van de Minister van Justitie is dat de bescherming van democratische beginselen voor gaan op de bescherming van kinderen en dat hij niet zal ingrijpen voordat de pedofielen zich schuldig maken aan onwettige handelingen. (Productie 5)

V WEERLEGGING gedaagden 1 en 2

Eiseres erkent dat de wetgever niet verbiedt om een vereniging op te richten die spreekt over, door de maatschappij veroordeelde en verboden onderwerpen nu de openbare orde dat toestaat. In de Memorie van Antwoord van het wetsontwerp " Wijziging van enige bepalingen over verboden rechtspersonen" benadrukt de Minister dat de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van vereniging pijlers zijn van de democratie. (productie 6)

Eiseres constateert dat meerdere politieke programmapunten van de PNVD onrechtmatig zijn nu zij in strijd zijn met de wet. De doelstelling van de PNVD maakt misbruik van kwetsbaren die zichzelf niet kunnen beschermen, een bescherming waartoe de maatschappij zich heeft verplicht op grond van de Preambule van het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind ( het 2e beginsel)

V.I Pedofilie als politieke visie en / of levensovertuiging is, door de dreiging met seksualiteit met kinderen, de bedreiging zo ook het machtsmisbruik welke daarmee samen gaat, gelijk aan mishandeling. Het uitdragen van de visie, zo ook het leven overeenkomstig de persoonlijke overtuiging van de pedofiel is in strijd met het recht om de volgende redenen:

Ten eerste - in het kader van het internationaal (humanitair) recht, zo ook in de bestrijding van radicale ideeën die op demagogische wijze een samenleving kunnen ontwrichten, is het dreigen- , het bedreigen- en het gebruiken van onvreedzame middelen strafbaar.

Eiseres verwijst aanvullend naar het nationale recht te weten;
Ten tweede - mishandeling ex art 300 lid 4 Wetboek van Strafrecht, de strafbaarstelling van mishandeling door de opzettelijke benadeling van de gezondheid; de lichamelijke gezondheid en de lichamelijke integriteit. Gesteld moet worden dat ingeval van mishandeling / seksueel misbruik bij (jonge) kinderen de grens tussen lichamelijke en psychische schade vervaagt nu er wetenschappelijke aanwijzingen zijn dat de ontwikkeling van de hersenen nadelig wordt beïnvloed in geval van mishandeling, verwaarlozing of misbruik. De gevolgen van onvoldoende doorgroei van de hersenen zijn in het minste geval depressies en geheugenstoornissen. Zo ook zijn er grotere kansen op een verstoring van de hormoonhuishouding, vergrote kans op suikerziekte(diabetes) en darmklachten.(productie 7)

De uitsluiting van strafbaarheid hangt af in hoeverre het slachtoffer toestemming heeft gegeven voor de handeling welke volgens huidig recht als mishandeling te kwalificeren is.

-----------einde pagina 6

Mishandeling als strafbaar feit verwijst niet alleen naar de handeling maar ook naar het gevolg / het doel van de handeling cq de bedreiging met mishandeling.

Ten derde - het verbod op jeugdprostitutie ex art 248b Wetboek van Strafrecht
Het is strafbaar ontuchtige handelingen te plegen met een minderjarige die zich daarvoor beschikbaar stelt. Ditzelfde geldt voor het verbod op kinderpornografie ex art 248c Wetboek van Strafrecht. De PNVD acht het sociaal ethisch gewenst dat een man / vrouw opzettelijk aanwezig kan zijn bij het plegen van ontuchtige handelingen door een minderjarige wiens minderjarigheid hij kent of redelijkerwijs kan vermoeden dan wel bij het vertonen van afbeeldingen van dergelijke handelingen in een daarvoor bestemde gelegenheid.

Ten vierde - art 350 Wetboek van Strafrecht de beschadiging van een dier welke geheel of gedeeltelijk aan een ander toekomt.

Nu dierenmishandeling door seksuele handelingen volgens Nederlands recht niet strafbaar is moet gesteld worden dat, door seks te propaganderen met een dier dat tot iemands eigendom behoort, de PNVD een seksuele afwijking tot wettelijke regelgeving maakt.

Ten vijfde - Pedofilie is een in het DSM IV systeem (diagnostische psychiatrische classificatie criteria) opgenomen ziekelijke stoornis (302.2) en wordt door de Nederlandse Forensische Psychiatrische Dienst (FPD) en hun psychologische en psychiatrische rapporteurs gehanteerd. Pedofilie kenmerkt zich door:
a. gedurende een periode van tenminste 6 maanden recidiverende intense seksuele opwindende fantasieën, seksuele drang of gedragingen die seksuele handelingen met een of meer kinderen in de prepuberteit (in het algemeen 13 jaar of jonger) met zich meebrengen.
b. dat iemand op basis van deze drang heeft gehandeld of op de seksuele drang of fantasieën veroorzaakt, duidelijk lijden of relatieproblemen.
c. Betrokkene is ten minste 16 jaar oud of ten minste 5 jaar ouder dan het kind of kinderen uit criterium a.

Eiseres maakt de rechtbank erop attent dat de WODC statistieken spreken over een jaarlijkse vervolging van 900 zaken vanwege enig pedoseksueel delict, waarvan bij de "knapenminnaars" een recidive percentage van 77 % is vastgesteld. (productie 8)

V.II De partijdoelen van de PNVD (productie 2)

standpunt 5.2 roken, gokken en het drinken van alcohol worden legaal vanaf 12 jaar

De omstandigheden waarin veel alcohol wordt gebruikt in rokerige ruimten en toegang tot gokautomaten werken zowel de lichamelijke als de geestelijke schade van de gezondheid in de hand. Gesteld moet worden dat de aanwezigheid van kinderen in kroegen, feesten en dergelijke waarbij dronkenschap en ongeremd gedrag vaak leiden tot ernstige incidenten van kindermishandeling, verkrachting van kinderen en moord.

Eiseres neemt aan dat de leden van de PNVD op de hoogte zijn van emotioneel en lichamelijk geweld als gevolg van verslaving.

standpunt 6.10 Organisaties mogen alleen verboden worden als die oproepen tot geweld

Het partijprogramma laat na om duidelijkheid te geven over de betekenis van geweld. In het Koenen handwoordenboek der Nederlandse taal wordt geweld aangeduid met macht; heerschappij en in zegswijze: het gebruik of misbruik maken van het recht van de sterkste. In het Nederlands handwoordenboek Van Dale o.1 met kracht; een geweldenaar een overheerser, iemand met een grote lichaamskracht

-----------einde pagina 7

standpunt 6.16 Geen dubbele strafbaarstelling, uitgezonderd voor kindermishandeling

De dubbele strafbaarstelling van seksueel misbruik / de exploitatie van kinderen is er op gericht dat het delict vervolgbaar is in zowel eigen land als het land waar het delict is gepleegd.

standpunt 6.21 Discriminatie is toegestaan, behalve door de overheid

De PNVD heeft met dit programmapunt een grondwetswijziging voor ogen waar een van de meest fundamentele beginselen van een democratie gewijzigd dient te worden. De partij geeft echter geen intentie de politieke daadkracht hiertoe te realiseren. Derhalve moet er van uitgegaan worden dat de PNVD, taboe doorbrekend als zij zijn, van mening zijn dat er gediscrimineerd mag worden zolang je geen ambtenaar bent in dienst van de overheid.

standpunt 9.2 Jongeren mogen vanaf 12 jaar seksuele contacten aangaan

Het aangaan van seksuele contacten van jongeren jonger dan 16-18 jaar is niet strafbaar zolang de seksuele contacten vrijwillig plaatsvinden tussen leeftijdsgenoten, jongeren met een minimaal leeftijdsverschil.
De leden van de PNVD zien het als maatschappelijk gewenst dat de volwassenen in het contact met kinderen / jongeren geen eigen verantwoordelijkheid hoeven te nemen.

standpunt 9.3 Gevaarlijke seks met minderjarigen blijft strafbaar

De context van dit partij standpunt is niet duidelijk nu seks met jonge kinderen op grond van manipulatie en machtsmisbruik door volwassenen als bedreigend moet worden gezien voor de persoonlijke ontwikkeling van kinderen. Indien de leden van de PNVD in deze duiden op vormen van seks waarbij, ten verhoging van het genot, levensbedreigende handelingen worden gepleegd kan eiseres niet anders constateren dat er sprake is van seks met dreiging van en / of poging tot doodslag.

standpunt 9.4 Pornografie mag overdag worden uitgezonden

Eiseres vraagt zich af welke toegevoegde waarde het heeft als de leden van de PNVD zonder onderbreking 24 uur lang hun lustbeleving kunnen en willen bevredigen. Zij willen daarmee toegang tot porno zonder onderscheid des persoons.

Eiseres merkt op dat de pornoproducties welke 's avonds op de televisie worden uitgezonden van het ranzige soort zijn welk zeker ook door tieners bekeken zal worden wanneer zij reeds seksueel geprikkeld zijn. De problematiek onder de jeugd zal alleen maar groter worden; het verwrongen denkkader van jongeren ten aanzien van seksualiteit is een direct gevolg van de minderwaardige voorbeelden die hen worden voorgehouden.

standpunt 9.5 De deelname aan pornoproducties vanaf 16 jaar

Eiseres hoopt dat de leden van de PNVD kunnen uitleggen waarom zij hierbij een leeftijdslimiet stellen van 16 jaar en niet van 12 jaar.

-----------einde pagina 8

standpunt 9.6 De leeftijdsgrens vanaf welke men zich mag prostitueren wordt zestien jaar (productie 9)

De leden van de PNVD sluiten zich in deze aan bij de ontwikkelingen in de grote steden waarbij kinderen / meisjes van, naar de voorkeur van de PNVD, 12 jaar tot 20 jaar gratis toegang hebben op lolliepop party's waar zij hun lichaam verkopen voor een Breezer of een buskaart, en waar zij seksobject zijn van wedstrijden met orale seks. (productie 10)

standpunt 9.8 privé bezit van kinderpornografie wordt toegestaan

Eiseres stelt dat dit partijdoel van de PNVD geheel in strijd is met de maatschappelijke ontwikkelingen waarbij het bezit van kinderporno juist hoger gestraft zal gaan worden. Dit verschijnsel wordt door deskundigen in direct verband gebracht met het feit dat de ernst van het misbruik van de, steeds jongere kinderen, zwaarder wordt. (productie 11)

standpunt 9.9 besnijdenis van jongens en meisjes onder de zestien jaar wordt strafbaar

Dit standpunt van de PNVD is bij voorbaat al een praktijkvoorbeeld van hoe men het verbod op discriminatie opgeheven wil zien. De besnijdenis van jongens vindt plaats om religieuze redenen en / of vanwege een medische noodzaak. De besnijdenis van meisjes vindt daarentegen om geen van deze twee redenen plaats; ouders besluiten tot het besnijden van hun dochters om rituele / culturele redenen die van buitenaf worden opgelegd. De schade die besnijdenis van meisjes met zich meebrengt maakt dat er sprake is van een bijzondere doch zeer ernstige kindermishandeling. De seksuele contacten voor (jonge) vrouwen die besneden zijn en daarmee ernstig genitaal zijn verminkt, zijn pijnlijk en maken de meeste vormen van lichamelijk genotbeleving onmogelijk.(productie 12)

De vraag is waarom de leden van de PNVD de besnijdenis van meisjes jonger dan 16 jaar wel willen verbieden?

standpunt 9.10 seksuele contacten met dieren blijven legaal

Nu dierenmishandeling nog niet in het Wetboek van Strafrecht is opgenomen is het belang van de leden van de PNVD helder waarom iedere vorm van seks met dieren legaal moet blijven.

WEERLEGGING gedaagde 3

A De Minister handelt in strijd met de Rechten van het Kind

De Minister is nalatig jegens het belang van het kind ( the Best Interest of the Child) door geen preventief onderzoek te verrichten naar het recht van bestaan van de vereniging, het bestuur op grond van het partijprogramma dat door de PNVD als politiek wenselijk is gepresenteerd.
Eiseres constateert dat het bestrijden van terrorisme een hoge politieke prioriteit heeft doch dat de term terrorisme naar willekeur wordt gebruikt.
Eiseres stelt dat er bij de PNVD sprake is van de grondkenmerken van terrorisme,

-----------einde pagina 9

Het legitimeren van pedoseksuele opvattingen in de democratische meningsvorming heeft tot gevolg dat Nederland emotionele terreur binnen de eigen normen en waarden toelaat.

De integratie van pedofiele ideeën in de samenleving legitimeert tot het "groomen", de manipulatieve beïnvloeding van het kind door pedoseksuele karakters; het kind wordt in deze voorfase van het uiteindelijk mishandelen / seksueel misbruik, door liefde van lollies en zuurstokken en door met het kind kind te willen zijn, ingepalmd. Na het inpalmen, het creëren van een bereidwilligheid jegens de volwassene loyaal te zijn, volgt de bedreiging waardoor kinderen bang worden en zich overgeven aan de macht van hun pedoseksuele agressor.

Gezien genoemd stelt eiseres dat de Minister voorbijgaat aan de verplichtingen van de overheid met betrekking tot

  1. art 10 Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM) (productie 13)
  2. het internationaal Verdrag Voor de Rechten van het kind
  3. het negeren van de artt 8,9,10 en 11 het Facultatief Protocol inzake de verkoop van kinderen, prostitutie en pornografie inzake de rechten van het kind (productie 14)

ad1 Het recht op vrijheid van meningsuiting wordt beperkt door het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten

ad 2 De Minister handelt in strijd met de Rechten van het Kind
Eiseres erkent dat zolang de wetgever niet voornemens is om de Wet Bepalingen over Verboden Rechtspersonen aan te passen aan de maatschappelijke ontwikkeling aangaande de onveiligheid veroorzaakt door bedreiging en terreur, de vrijheid van vereniging in het voordeel van de PNVD moet worden uitgelegd.
Eiseres is het daarentegen geheel niet eens met de Minister dat de vrijheid van meningsuiting in deze een democratisch beginsel is dat door de pedofielen ongestraft gebruikt kan worden om hun vrijdenkerij over seks met kinderen en dieren te rechtvaardigen, zo ook te propaganderen dat de bescherming van het kind door de overheid behoord [behoort] te verdwijnen.

Vanuit het oogpunt van de jeugdbescherming moet geconstateerd worden dat het bewust - en met opzet negeren van de ideeën van een partij als de PNVD opnieuw aangeeft dat de Nederlandse regering er voor kiest de kraan open te zetten voor de mogelijkheden tot machtsmisbruik van kinderen, terwijl politiek wordt volgehouden dat men het bestrijden van kindermishandeling serieus neemt.

ad 3 Eiseres constateert dat de Minister met het negeren van de opvattingen van de PNVD over kinderen en (kinder) pornografie hen blootstelt aan vormen van verwaarlozing, wreedheid en uitbuiting en daarmee handelt in strijd met de Preambule / art 3. lid 1a ii and b en art 3.4 van het Facultatief Protocol inzake de verkoop van kinderen, prostitutie en pornografie, New York 25 mei 2000. Op 11 juli 2005 is het Facultatief protocol geratificeerd. (FJR 2006 nr 26) (productie 14)

Ten opzichte van de internationale verplichtingen geldt dat "the best interest of the child" de primaire overweging dient te zijn voor de overheid om kinderen te beschermen en te voorkomen dat zij gebruikt worden voor grensoverschrijdende al of strafbare gedragingen.

B het inbreuk doet op het recht op veiligheid en bijzondere bescherming van kinderen

B01 die potentieel slachtoffer kunnen zijn van mishandeling
Eiseres stelt dat de Minister, gezien bovengenoemde, de aanbevelingen van het VN-Comité inzake de Rechten van het Kind negeert, met name artikel 22. Het comité spreekt zijn zorgen uit over het feit dat er op de voorzieningen ter bestrijding van kindermishandeling wordt bezuinigd. (productie 15)

-----------einde pagina 10

B02 die als kind slachtoffer zijn van exploitatie ten gunste van het tot stand komen van kinderpornografie door individuen en de daartoe georganiseerde netwerken van verboden filmindustrie.

Ten aanzien van de bescherming tegen verwaarlozing, wreedheid en uitbuiting worden er punten van zorg en aanbevelingen gedaan door het VN-Comite inzake de Rechten van het Kind gedaan aan Nederland en Aruba op 30 januari 2004 (art 22, 32-26, 37 onderdelen b-d, 38,39,40,56, 57 van het Verdrag) (productie 15)

Eiseres constateert dat de minister door de PNVD te negeren geen stelling neemt tegen de wens van de PNVD om het klachtvereiste met betrekking tot seks met kinderen in stand te houden en de eis van de dubbele strafbaarheid op te heffen.

C Eiseres stelt dat de Minister in strijd handelt met het maatschappelijk verkeer gezien het kindsbeeld in onze samenleving overeenkomst met de overtuiging dat het kind, als zelfstandig mens in ontwikkeling, het recht heeft om onbedreigd op te groeien tot een individuele persoonlijkheid

De gelatenheid kenmerkend voor de stellingname van de Minister over het bestaansrecht van de PNVD is geheel in strijd met de verplichting van het Ministerie van Justitie voortvloeiend uit het civiele recht om actief te handelen daar waar de belangen van kinderen worden bedreigd. Eiseres stelt dat de Minister hiermee

  1. een illustratie geeft van een groot maatschappelijk zo ook politiek fenomeen, waarin nauwelijks een discussie en / of een debat wordt gevoerd over de rechtspositie van kinderen, kinderen die seksueel zijn c.q. worden misbruikt. Ook de volwassenen, slachtoffer van seksueel misbruik en vaak door justitie niet gehoord, worden genegeerd.
  2. uiting geeft aan een intense verwarring welke bestaat als het gaat over seksualiteit van kinderen en de houding van volwassenen daaromtrent.
  3. een voorbeeld geeft hoe de opvattingen van Justitie zich verhouden met de noden, de belangen en het welzijn van kinderen die in deze samenleving opgroeien. Daar waar de Minister van Justitie niet kan oordelen over schuld of onschuld van een of meerdere daders kan hij zich onttrekken aan iedere vorm van preventie van een toenemende verloedering van de samenleving mede door perverse invloeden. Justitie is er alleen voor wanneer het kwaad reeds is geschied; het kind, de kinderen en alle slachtoffers moeten zichzelf redden van het overduidelijke kwaad dat met het bestaan van pedofilie op de loer ligt. Indien noodzakelijk kan de Wet op de Jeugdzorg faciliteiten bieden die hen daar enigszins behulpzaam bij zijn.

Eiseres stelt dat de Minister handelt in strijd met de rechten van het kind maar zeer zeker ook in strijd met zijn verantwoordelijkheid met betrekking tot de jeugdbescherming welke onder de verplichtingen van het eigen Ministerie valt.
De Minister handelt in strijd met het art 1 :254 BW en het art 300 lid 4 Wetboek van Strafrecht.

-----------einde pagina 11

De Minister handelt daarmee in strijd met het maatschappelijke verkeer nu als algemeen feit wordt aangenomen dat:

  1. seks van volwassenen met kinderen wordt gezien als misbruik gezien het machtsmisbruik door leeftijdsverhoudingen, het fysieke overwicht en de beschikking over voor kinderen aantrekkelijke, vaak voor hen zelf onbereikbare, verleidingsmiddelen.
  2. seks van volwassenen met kinderen als misbruik moet worden gezien van een afhankelijkheidsrelatie waarin kinderen geen zelfbeschermend gedragsvermogen hebben.
  3. kinderen hun seksuele ontwikkeling doormaken met leeftijdsgenoten; hier wordt een basis gelegd voor de ontwikkeling van intimiteit welke belangrijk is in de mate waarin een kind en later de jongere, zich een eigenheid vormt met betrekking tot de afhankelijkheid en de veiligheid van een relatie.

Eiseres constateert dat de zeggingskracht van de Minister het effect heeft van een vat met communicerende vaten: het gebrek aan preventie ten opzichte van een groei van onverschilligheid jegens pedofilie heeft directe gevolgen voor de omvang van de reeds bestaande pedofiele netwerken en de expansie van kinderpornografie.

De bescherming van het belang van het kind / The best interest of the child
(Art 3 par 1.2 IVRK / Preambule - art 3. lid 1a ii en b en art 3.4 van het Facultatief Protocol inzake de verkoop van kinderen, prostitutie en pornografie)

Eiseres maakt de rechtbank erop attent dat de stellingname van de Minister directe gevolgen heeft voor de toenemende afname van de mogelijkheid kinderen beschermd op te voeden. Gezien de pathologie van de pedofiele geaardheid en het hoge recidive percentage van het zedendelict moet voorkomen worden dat, op grond van de persoonlijke vrijheden van de pedofiele persoonlijkheid, zij chauffeurs kunnen worden van taxibusjes voor schoolkinderen, tuinmannen worden van internaten, groepsleiders in residentiele instellingen of scouting.

De noodzaak voor het treffen van beschermende maatregelen in het belang van kinderen wordt door de stellingname van deze Minister bekrachtigd. Betekend [Betekent] het niet beschermen van de kinderen tegen pedofiele beïnvloeding een groen licht voor de emancipatie van de pedofiel?

Van een Minister mag verwacht worden dat deze met zijn uitspraken en beleidvoering [beleidsvoering] een geheel andere boodschap dient uit te dragen.

De bijzondere bescherming van kinderen
Eiseres is van mening dat de Minister verplicht is om, in navolging van de mede lidstaten van Facultatief Protocol inzake de verkoop van kinderen, prostitutie en pornografie en de kaderbesluiten van de Europese Unie, extra beschermende maatregelen te treffen.
Eiseres denkt in deze aan het instellen van crisismeldpunten ten behoeve van een snelle afwikkeling van klachten over mishandeling, seksueel misbruik direct gekoppeld aan de daartoe relevante justitiële aandacht en jeugdhulpverlening.

Eiseres is van mening dat de rol van Justitie moet worden ondersteund door:

-----------einde pagina 12

BEWIJSMIDDELEN

De navolgende stukken worden door eiseres hierbij in het geding gebracht:

-----------einde pagina 13

BEWIJSAANBOD/GETUIGEN

Eiseres houdt zich het recht voor om afhankelijk van het verloop van de procedure de volgende getuigendeskundigen op te roepen:

CONCLUSIE

De partijdoelen van de vereniging PNVD en het bestuur zijn onrechtmatig:

Eiseres stelt dat de PNVD in strijd handelt met art 3 IVRK en handelt in strijd met de maatschappelijke en / of zedelijke maatstaven welke reeds sinds eind 19e eeuw als rechtmatig wordt onderscheiden. Eiseres beroept zich in deze ook op het feit dat het maatschappelijke [maatschappelijk] niet de gewoonte is om psycho pathologische stoornissen tot een alomvattende levensnorm te kwalificeren .
Anders dan in het pleidooi van de raadsman van de PNVD in het Kort Geding van 7 juli 2006 moet gesteld worden dat er sprake is van partijdoelen die in strijd zijn met de wet en op grond van hun onrechtmatigheid uit het partijprogramma dienen te worden geschrapt.

Conclusie de minister handelt in strijd met de rechten van het kind

met betrekking tot A:

Eiseres constateert dat met het negeren van de PNVD het standpunt van de Nederlandse overheid de Staat der Nederlanden, als lid van de Europese Unie zeer twijfelachtig is, rekenschap gevend aan de verplichtingen van de lidstaat ten aanzien van

  1. Het Kaderbesluit bestrijding kinderpornografie op internet 2000 (productie 16)
  2. Het Kaderbesluit (EU) 2004 ter bestrijding van seksuele uitbuiting van kinderen en kinderpornografie; 22 december 2003 wat betreft punt 4, 5, 9 en 10. (productie 17)
  3. Het artikel 3 van het Palermoprotocol (productie 18)

met betrekking tot B: de Minister doet inbreuk op het recht op veiligheid en bijzondere bescherming van kinderen

Eiseres stelt dat de PNVD, nu het niet de gewoonte is om psycho pathologische stoornissen of het daarmee samenhangend gedrag tot alomvattende levensnorm te kwalificeren, hiermee in strijd handelt met de maatschappelijke en / of zedelijke maatstaven welke reeds sinds eind 19e eeuw als rechtmatig wordt onderscheiden. De Minister is verplicht stelling te nemen tegen opvattingen waarin openlijk het welzijn en de zedelijke ontwikkeling van kinderen worden bedreigd.

met betrekking tot C: de Minister handelt in strijd met maatschappelijk verkeer

Eiseres constateert dat de Minister nalatig optreedt en derhalve, op grond van de internationale verplichtingen van zowel het Internationaal Verdrag van de Rechten van het Kind als de verplichtingen jegens de afspraken gemaakt als volwaardig lid van de Europese Unie, zijn beleid dient te wijzigen.

-----------einde pagina 14

MITSDIEN

Het de Rechtbank 's Gravenhage moge behagen, bij vonnis, voor recht te verklaren

Primair: voor gedaagden nr 1 en 2
de onrechtmatigheid van de standpunten 5.2, 6.10, 6.16, 6.21 en 9.2 t/m 9.10 van het partijprogramma

voor gedaagde nr 3
de onrechtmatigheid van het handelen van de Minister van Justitie om geen onderzoek te doen naar de onrechtmatigheid van de Partij Naastenliefde, Vrijheid en Diversiteit

Subsidiair de gedaagden nr 1, 2 en 3 te veroordelen in de proceskosten

Kosten rechtens!

's Gravenhage

[tekst met pen]kosten: € 84,87[einde tekst met pen]

[stempeltekst:]Verzoekende partij heeft verklaard de omzetbelasting niet te kunnen verrekenen in de zin van de Wet op de Omzetbelasting 1969. Ingevolge art. 10 besluit tarieven ambtshandelingen gerechtsdeurwaarders zijn de kosten van dit exploit daarom verhoogd met een toeslag, gelijk aan het toepasselijke BTW-percentage.[einde stempeltekst]

[handtekening]

-----------einde pagina 15, laatste pagina