De terugkeer van ex-zedendelinquenten

Door: PNVD
Datum: woensdag, 24 september 2008

De terugkeer van (pedoseksuele) ex-zedendelinquenten in de maatschappij is momenteel een 'hot issue'. Zowel burgers als politici laten proefballonnetjes op over het vergezellen van die terugkeer met maatregelen. Ons wordt met enige regelmaat gevraagd, met name door studenten Journalistiek, wat we van de verschillende maatregelen vinden. Om te beginnen vinden wij dat het gros van de zedendelinquenten onterecht is veroordeeld, aangezien vonnissen veelal gegrond zijn op volgens ons ongewenste eisen en normen in de zedenwet. In de artikelen van die wet wordt moralistische terminologie gebruikt; zo wordt gesproken over schennis van (of het aanstotelijk zijn voor) de eerbaarheid, en over "ontuchtige handelingen". Een deel van de omschreven handelingen is terecht strafbaar, zoals geweld of dreiging daarmee, en het toebrengen van lichamelijk letsel. Van handelingen die nu met het vage containerbegrip "ontucht" worden aangeduid moet echter specifieker worden aangegeven waarom het gaat. Indien een minderjarige in vrijheid instemt met handelingen die in harmonie zijn met diens ontwikkeling en die als prettig worden ervaren, dan is de strafbaarstelling van dergelijke handelingen ongewenst. Wij vinden dat mensen niet veroordeeld moeten worden voor zulke contacten, noch voor bijvoorbeeld het privébezit van kinderpornografie.

Dat gezegd hebbende; het aantal maatregelen waarmee ex-zedendelinquenten die wél terecht veroordeeld zijn te maken krijgen moet beperkt blijven. Ook is het ongewenst als die maatregelen overal en altijd louter mechanisch (protocollair) worden toegepast: als geen van de omwonenden bezwaar maakt tegen de terugkeer van een ex-zedendelinquent, dan is het onlogisch om hem of haar desondanks verplicht te laten verhuizen. Indien de rechter het verstandig acht dat een zedendelinquent verhuist uit de wijk waar het misbruik plaatsvond, dan kan het verplicht moeten verkassen - mits het slachtoffer of diens naasten dat wensen - onderdeel zijn van het vonnis. De ex-zedendelinquent moet dan echter niet worden beperkt in zijn of haar keuze van de nieuwe woonomgeving. Het opnemen van de woonadressen van ex-zedendelinquenten in openbare gegevensbanken vinden wij een onwelgevalligheid. Dat werkt een heksenjacht in de hand en daarmee wordt het principe verlaten dat iemand die een straf heeft uitgezeten een nieuwe kans verdient op een 'normaal' bestaan, inclusief privacy en zonder verkettering. Momenteel vormt het strafblad overigens al een beperking voor ex-zedendelinquenten, bijvoorbeeld wanneer voor een baan een Verklaring Omtrent Gedrag moet worden overlegd.

Mensen tegen hun wil (chemisch) castreren moet verboden blijven aangezien castratie de integriteit van het lichaam aantast, maar ook voor proefverloven moeten libidoverlagende middelen geen voorwaarde zijn. Dergelijke middelen hebben nauwelijks effect op de houding van agressieve psychopaten, en de stof zorgt ervoor dat mensen obsessief met seks bezig zijn - soms zelfs hormonen gaan spuiten of slikken - en suïcidaal gedrag gaan vertonen. Daar is niemand bij gebaat. De begeleiding van ex-zedendelinquenten kan zinvol zijn, maar enkel als dit gebeurt door mensen die niet vragen dat een seksuele voorkeur wordt onderdrukt, maar juist dat die voorkeur onder ogen wordt gezien en wordt aanvaard als deel van de eigen persoonlijkheid. De methodiek moet gericht zijn op zelfbeheersing, en eventuele terbeschikkingstelling (tbs) moet niet worden misbruikt om risico's te vermijden door zedendelinquenten op longstay afdelingen onder te brengen.