Vrijheid van vereniging of schending van de openbare orde?

Door: JiBulletin, http://www.studver.unimaas.nl/jib/bul/2006-2007/bul4.pdf (9.9MB PDF; pagina's 32-33, 37-39)
Datum: mei 2007 (Bul 4)
Door: Anique Kemp

De Partij voor Naastenliefde, Vrijheid & Diversiteit

Op 31 mei 2006 wordt de Partij voor de Naastenliefde, Vrijheid en Diversiteit (PNVD) opgericht. Het doel van de PNVD, zoals beschreven in haar statuten, is tweeledig: enerzijds stelt zij zich ten doel taboes en dogma's te doorbreken, in de hoop daarmee angst en intolerantie tegen te gaan; anderzijds stelt zij zich ten doel van alle Nederlandse burgers kritische vrijdenkers te maken, die belang hechten aan ratio en de kracht van het argument. Deze doelen zijn echter niet de punten die dezelfde dag nog in het nieuws naar voren komen. De PNVD wil de minimumleeftijd van kinderen waarmee volwassenen seks mogen hebben verlagen naar 12 jaar. Volgens het programma van de PNVD wil zij op den duur de leeftijdsgrens helemaal afschaffen. De reacties in Nederland zijn fel; de PNVD wordt voortaan 'pedopartij' genoemd en overal duiken initiatieven op om de partij te laten verbieden. Wat is er precies nodig om een politieke partij te verbieden en voldoet de PNVD aan deze criteria? Het JiBulletin zocht een antwoord op deze en nog meer vragen en sprak onder meer met het partijbestuur van de PNVD. Hoe denkt de partij zelf over alle kritiek en hoe hebben de bestuursleden het turbulente afgelopen jaar ervaren?

Partijverboden

Nederland is een democratie. Volgens de 'formele conceptie' van democratie zouden partijen die onjuiste opvattingen zouden hebben door het volk ook niet gekozen worden. Voor alle opvattingen is dus plaats; aangenomen wordt dat ondemocratische opvattingen toch geen steun krijgen en daarom zouden partijverboden ook overbodig zijn. In Nederland heerst echter de 'materiŽle conceptie' van democratie; bepaalde absolute waarden gelden altijd en kunnen ook niet veranderd worden ongeacht welke meerderheid bestaat. Binnen een dergelijke opvatting is er wel plaats voor partijverboden.

Op grond van art 2:20 BW kan een politieke partij worden ontbonden. Het moet hierbij gaan om een feitelijke werkzaamheid, zoals feitelijke handelingen en statuten, van een rechtspersoon, zoals een politieke partij, die in strijd is met de openbare orde. Bij de overwegingen met betrekking tot de gronden voor een verbodenverklaring moet met name aandacht worden besteed aan handelingen die inbreuk maken op algemeen aanvaarde grondvesten van ons rechtsbestel. Deze voorwaarde moet terughoudend worden getoetst daar het verbieden van een partij inbreuk maakt op de vrijheid van vereniging zoals neergelegd in de Grondwet (art. 8) en het EVRM (art. 11).

In de procedure tot ontbinding vraagt het Openbaar Ministerie (OM) de rechter een politieke partij als rechtspersoon te ontbinden. Bij een werkzaamheid in strijd met de openbare orde kan de rechter de partij zowel ontbinden als verboden verklaren. Ingeval een doel in strijd is met de openbare orde kan de rechter de partij slechts ontbinden.

De Partij voor Naastenliefde, Vrijheid & Diversiteit

"De PNVD stelt zich ten doel taboes en dogma's te doorbreken, in de hoop daarmee angst en intolerantie tegen te gaan, en van alle Nederlandse burgers kritische vrijdenkers te maken, die belang hechten aan ratio en de kracht van het argument," aldus het bestuur van de PNVD. "Helaas sterven veel mensen tegenwoordig als kopie, terwijl zij toch echt als uniek persoon zijn geboren. Dit komt omdat veel mensen - ook politici - met alle winden meewaaien en slechts weinigen zelf durven te denken. Men neemt klakkeloos de bestaande opvattingen over en beschouwt die als de enige ware. Wij pleiten voor diversiteit en zetten ons daarvoor in. Individuele verschillen verdienen respect, want ze maken het leven verrassend. Diversiteit krijgt een kans als iedereen zoveel mogelijk vrijheid krijgt eigen keuzes te maken, zolang daarbij de naastenliefde niet uit het oog wordt verloren. Doordat mensen met verschillende standpunten in aanraking komen, worden zij gestimuleerd zelfstandig te denken. Vandaar ons motto Sapere Aude, wat zoiets betekent als: durf zťlf te denken. We hopen van alle Nederlandse burgers kritische vrijdenkers te maken, die belang hechten aan ratio en de kracht van het argument."

Een beweegreden om de PNVD op te richten was het ontbreken van een humaan-liberale partij. "Het humaan-liberale gedachtegoed wordt niet meer vertegenwoordigd in de Kamer. De VVD pretendeert af en toe een liberale partij te zijn - zo getuige onder meer hun Liberaal Manifest uit september 2005, maar in werkelijkheid is dat amper meer het geval; hooguit in financieel-economisch opzicht. (Maar in dat opzicht zijn zelfs het CDA en de PvdA neoliberalistisch te noemen.) Ook D66, die zich profileerde als progressiefliberale partij, golft mee op hypes en is door alle incidenten een volstrekt ongeloofwaardige partij geworden."

Er zijn echter verschillende programmapunten waar oproer over ontstaat. Als een van de 'speerpunten' wordt in het partijprogramma van de PNVD genoemd dat kinderen vanaf twaalf jaar seksuele contacten mogen aangaan. In het partijprogramma zijn onder meer de volgende programmapunten vermeld: "9.2 Jongeren mogen vanaf twaalf jaar seksuele contacten aangaan: Jongeren mogen sinds 2002 seksuele contacten aangaan vanaf zestien jaar. Vůůr 2002 mochten zij dit onder voorwaarden vanaf twaalf jaar. Jongeren laten zich niet beschermen als ze dat niet willen: jongeren geven aan dat ze zelf willen kunnen bepalen met wie ze seksuele contacten aangaan. De PNVD wil op den duur deze leeftijdsgrens helemaal afschaffen. De reden hiervoor is dat alleen misbruik, zoals afgedwongen contacten, moet worden bestraft. Bij afhankelijkheidsrelaties, bijvoorbeeld tussen docent en leerling en bij incest, zal voorlopig een leeftijdsgrens van zestien jaar gaan gelden. "9.5 Vanaf zestien jaar mag men in een pornoproductie verschijnen. 9.6 De leeftijdsgrens vanaf welke men zich mag prostitueren wordt zestien jaar. 9.8 Privť-bezit van kinderpornografie wordt toegestaan". Tot 1998 was dit in Nederland het geval. De meeste politici wilden geen heksenjacht ontketenen. Hiervan is nu duidelijk wel sprake en dit levert niets op. Een verbod op bezit van kinderporno is censuur. Tevens ontstaan er allerlei illegale, oncontroleerbare circuits door. Geld verdienen door (ruil)handel blijft voorlopig wel strafbaar."

Direct na bekendmaking van de oprichting van de PNVD was er een stortvloed aan kritiek. "De toon werd gezet in het eerste artikel over de partij, namelijk dat van mevrouw Holtzer in het Algemeen Dagblad, geschreven naar aanleiding van informatie die mevrouw Ireen van Engelen verspreidde op de begrafenis van de heer Frits Bernard" zo vertelt de PNVD. "Mevrouw Van Engelen heeft zich ten doel gesteld middels haar Stichting Soelaas alle initiatieven te stigmatiseren waarbij individuen betrokken zijn die streven naar de emancipatie van pedofielen en de acceptatie van pedofilie. Nog diezelfde dag, 30 mei 2006, plaatste het Algemeen Dagblad een ander artikel online met de titel 'Afschuw over pedopartij'. Het is niet zo dat de partij in de volksmond 'pedopartij' werd genoemd en dat de media dat dus ook zijn gaan doen, het was andersom. Hoe dan ook is de aanduiding 'pedopartij' stigmatiserend en onterecht. Alle massamedia hebben de partij zwart gemaakt. We kregen zelden de kans om live te reageren en kregen we die wel dan werd bewust iedere vorm van discussie afgehouden. De massale kritiek die wij kregen alsook de bedreigingen zijn het gevolg van een maatschappij die niet normaal kan omgaan met pedofilie en kinderseksualiteit. Omdat alle bestuursleden voordat de partij werd opgericht al meerdere malen in de media geweest waren om te praten over genoemde onderwerpen, wisten wij dat de media ofwel de partij zouden negeren ofwel massaal erover zouden gaan schrijven. Ook wisten we op basis van onze ervaringen dat er veel negatieve reacties zouden komen en dat we bedreigingen tegemoet konden zien."

Ontbinding van de PNVD?

Door de vele kritieken rees de vraag of het wellicht mogelijk was om de PNVD als politieke partij te ontbinden. Hiervoor is vereist dat de PNVD handelt in strijd met de openbare orde. Prof. Dr. J.C.M. Willems, verbonden aan de capaciteitsgroep Internationaal en Europees recht en Centrum voor de Rechten van de Mens van de Universiteit Maastricht en bijzonder hoogleraar in de Rechten van het kind aan de Vrije Universiteit te Amsterdam betoogt in zijn artikel 'Staat dient op te treden tegen 'pedopartij'', (Ars Aequi maart 2007, p 218), dat de staat dient op te treden tegen de PNVD en dat het OM het eerst geroepen staatsorgaan is om een verbod en ontbinding van deze partij op grond van art 2:20 BW in gang te zetten. "Strijd met de openbare orde in de zin van art 2:20 BW is hier naar mijn mening gelegen in de werkzaamheid gericht op de beperking of vernietiging van rechten van kinderen die universeel zijn aanvaard om kinderen beter te beschermen tegen uitbuiting, misbruik, verwaarlozing en geweld." "Volgens mij staat de pedopartij haaks op de democratische rechtsorde wegens aantasting - zelfs al zou deze louter provocerend bedoeld of feitelijk marginaal of abstract zijn - van fundamentele democratische, rechtsstatelijke en mensenrechtelijke rechtsgoederen, te weten de menselijke waardigheid en de rechten van het kind." Prof. Willems beargumenteert dat "Seksuele bejegening van kinderen door opvoeders wordt gezien als een vorm van kindermishandeling (art. 19 van het Verdrag inzake de Rechten van het Kind). En seksuele bejegening van kinderen door andere volwassenen dan opvoeders (art. 34 van het Verdrag inzake de Rechten van het Kind en bijbehorend Protocol inzake kinderhandel, kinderprostitutie en kinderpornografie) wordt [...] ten principale in strijd geacht met de waardigheid van het kind en het recht van het kind zijn of haar seksualiteit zelf te ontdekken in de omgang met leeftijdsgenoten en onder de verantwoordelijkheid van ouders (art. 16 juncto art. 5 van het Verdrag inzake de rechten van het Kind)."

Willems betoogt dat ingrijpen in de werkzaamheden van de PNVD ook stand zou houden voor het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. In de zaak Welvaartspartij e.a. tegen Turkije, (Case of Refah Partisi (The Welfare Party) and others v. Turkey [GC] nos 41340-41344/98, ECHR, 13 February 2003), overwoog het EHRM dat politieke partijen slechts veranderingen in de wetgeving mogen bepleiten die in overeenstemming zijn met fundamentele democratische beginselen (par. 98). Het EHRM is niet bedoeld om de idealen en waarden van een democratische samenleving te verzwakken of te vernietigen (par. 99). Staten zijn verplicht erop toe te zien dat politieke partijen geen programma uitdragen dat in strijd is met de fundamentele beginselen van een democratie (par. 103). Ten aanzien van het moment van ingrijpen hebben de staten een zekere beslissingsmarge (par. 110). "Het lijkt mij alleszins te verdedigen dat die marge niet wordt overschreden als er in het allerprilste stadium wordt ingegrepen bij een partij die uit obscene motieven en met een obscurantistische ideologie het belang van het kind wil aandoen. Er is veel geschreven over partijverboden, maar de casus van de 'pedopartij' lijkt mij ook voor het EHRM geheel uniek."

De PNVD is het niet met prof. Willems eens. "Deze man is dom, net als zo veel professoren die nooit hebben geleerd zelf na te denken. Het komt de rechten van kinderen juist ten goede als zij meer seksuele vrijheid krijgen, inclusief de vrijheid te kiezen voor liefdevolle fysieke intimiteiten met oudere personen als ze daarvoor kiezen. Seksuele verwaarlozing van kinderen is ook een vorm van seksueel kindermisbruik. Recente onderzoeken wijzen juist uit dat seksuele ervaringen in de jeugd als neutraal of positief worden ervaren door kinderen, mits geen sprake is van afgedwongen contacten of een problematische gezinssituatie, en het kind de vrijheid heeft zich aan het contact te onttrekken. Zie bijvoorbeeld onderzoek van Rind, B., Tromovitch, P. & Bauserman, R.; Li, C.K., West, D.J. & Woodhouse, T.P.; Schultz, L. & Jones, P.; Okami, P.; Coxell, A., King, M., Mezey, G. & Gordon, D.; Kilpatrick, A.C.; enzovoort. Mensen als Willems zijn als de dood voor ons, ondermeer omdat ze bang zijn voor gezichtsverlies op het moment dat zou blijken dat wij het bij het juiste eind hebben. Wat 'in strijd met de openbare orde' is, wordt sowieso bepaald door de cultuur. Het is een non-argument, net als 'we moeten het nooit toestaan, want het is illegaal'."

Acties tegen de PNVD

Het OM heeft tot op de dag van vandaag geen aanleiding gezien om bij de rechtbank de verbodenverklaring en ontbinding van de PNVD op grond van artikel 2:20 BW te vorderen. Wel zijn er door andere partijen acties ondernomen om de PNVD te verbieden; verschillende internetsites zamelden handtekeningen in om de PNVD een halt toe te roepen en ook politici spraken hun zorgen uit. Stichting Soelaas, een stichting die onderzoek doet naar pedofilie, spande een kort geding aan (Rechtbank Den Haag 17 juli 2006, rolnummer KG 06/695). De rechtbank overwoog: "De eis in dit kort geding roept de vraag op of naast deze mogelijkheid van een vordering op grond van artikel 2:20 BW plaats is voor een civiele vordering van individuele burgers of private rechtspersonen waarmee hetzelfde feitelijke effect wordt beoogd als met een vordering van het openbaar ministerie. Als deze vraag al positief kan worden beantwoord, zou daarvoor tenminste vereist zijn dat de eisers in kwestie een zeer klemmend en spoedeisend eigen belang hebben bij de gevorderde maatregel. Eiseressen hebben niet aannemelijk gemaakt dat in dit geval aan deze voorwaarde is voldaan. Zij willen uiting geven aan hun ernstige morele verontwaardiging, maar dat is bij lange na niet voldoende. Hier komt nog bij dat zij de door hen gevorderde maatregelen getroffen willen zien 'zo lang niet duidelijk is of [de PNVD] in strijd is met de openbare orde of in strijd is met het strafrecht'. Kennelijk zijn zij er dus ook zelf niet zeker van dat aan de voorwaarde van artikel 2:20 BW is voldaan. Reeds hierdoor kan de vordering niet slagen."

In de uitspraak benadrukt de rechtbank nog eens dat bij de beoordeling of een partij kan worden ontbonden het begrip 'strijd met de openbare orde' terughoudend moet worden getoetst: "Van strijd met de openbare orde kan slechts sprake zijn als de rechter tot het oordeel komt dat de als wezenlijk ervaren beginselen van ons rechtsstelsel dreigen te worden aangetast op een schaal die ontwrichtend zou blijken voor de samenleving. Uit de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 2:20 BW blijkt dat de rechter ten opzichte van politieke partijen het criterium 'werkzaamheid in strijd met de openbare orde' niet licht mag aannemen. Als voorbeelden van uitingen die in strijd kunnen zijn met de openbare orde worden in de parlementaire geschiedenis genoemd 'het aanzetten tot haat en uitingen die verboden discriminatie inhouden of een mensonterend streven zoals het in de literatuur gegeven voorbeeld van een pleidooi om het doden van bepaalde volksgroepen straffeloos te maken'."

Nederland tolerant?

Tot zover zijn de verschillende actiegroepen er dus niet in geslaagd de PNVD via de rechter een halt toe te roepen. Maar is dit eigenlijk wel nodig, Nederland is toch zo tolerant? "De Nederlandse samenleving is niet tolerant," zo betoogt de PNVD. "Het is nog altijd zeer gevaarlijk om in dit land je mening over controversiŽle onderwerpen te uiten. Grote groepen mensen, met name de geloofsfanaten, 'feminazisten' en fascisten, kunnen niet tegen alles dat afwijkt van het gemiddelde en/of hun dogma. Als mensen zeggen dat in Nederland geldt 'doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg' dan onderschatten ze het probleem. Op alles dat afwijkt wordt ingehakt, zeker op seksueel gebied zijn we op de terugweg. Homoseksuelen kunnen erover meepraten. Een van de redenen om de partij te starten is juist de intolerantie jegens minderheden in ons land."

Hoe 'tolerant' Nederland is, is de bestuursleden van de PNVD niet alleen duidelijk geworden door de stortvloed van kritiek in de media. "Op zes verschillende dagen werden meermaals de ruiten ingegooid van de woning van Uittenbogaard (voorzitter). Vanuit extreem rechtse hoek werden bedreigingen geuit naar iedereen die voor ons zou tekenen. Nadat Van den Berg (penningmeester) het recreatiepark verliet is zijn caravan kapot gemaakt en zijn er spullen gestolen. Dit gebeurde nadat er al bedreigingen waren geuit." "Intimidatie en bedreigingen stoppen ons niet. Sterker nog, die geven aan dat er veel mis is in dit land. Een partij als de onze is juist nodig."

PNVD verkiesbaar

Hoewel het verschillende partijen niet lukte de PNVD te stoppen, was de partij in 2006 toch niet te vinden op de kieslijst. De PNVD slaagde er niet in om voldoende handtekeningen te verzamelen om aan de verkiezingen van november 2006 mee te doen. De partij heeft daar de volgende verklaring voor: "Handtekeningen worden openbaar gemaakt op het moment dat een partij daadwerkelijk deelneemt. Dit is bekend bij de groepen die tegen ons ageren. Met name vanuit extreem rechtse hoek is hiervan misbruik gebruikt, door ons en onze medestanders massaal te bedreigen, door te flyeren in de woonwijk van bestuursleden en te dreigen dit in de toekomst ook te doen bij personen die de partij steunen door te tekenen." De angst die hierdoor ontstond zou de oorzaak zijn van het gebrek aan steun.

Mocht het echter zo zijn dat het de PNVD nooit lukt mee te dingen bij de verkiezingen, dan nog is het oprichten van de partij niet zinloos geweest, aldus het bestuur. "De PNVD draagt er nu al toe bij dat er discussie komt over bepaalde onderwerpen waarover niet gesproken lijkt te kunnen worden, zoals het legaliseren van drugs, het toestaan van discriminatie, het niet toestaan van basisscholen die gebaseerd zijn op een religieuze grondslag, het stemmen op omroepen van het publieke bestel, en het geven van meer seksuele vrijheid aan kinderen. Veel mensen weten niet eens dŠt er anders gedacht kan worden over bepaalde zaken."