Het partijprogramma is ook te downloaden als: PDF DOC
[ English version | Inoffizielle deutsche Übersetzung ]

Definitief Verkiezingsprogramma 2007 - 2011

Partij voor Naastenliefde, Vrijheid & Diversiteit

Sapere Aude: PNVD nu!

Dit partijprogramma is in te zien en te downloaden vanaf:
www.PNVD.nl

Sinds april 2004 heeft dit partijprogramma enkele aanpassingen ondergaan. Een overzicht van deze wijzigingen en de eerdere versies van het programma zijn te vinden aan het einde van dit document.

[Indien u zich afvraagt waarom de PNVD wil deelnemen aan de verkiezingen, en wat haar doelstellingen zijn, dan raden wij u aan ons politiek document door te lezen.]

Let op: er is ondertussen een meer recente versie van dit programma.


Voorwoord

Onze grote onvrede

Diversiteit maakt het leven interessant. Iedereen moet zo veel mogelijk de kans krijgen te kiezen voor eigen idealen. Helaas sterven veel mensen tegenwoordig als kopie, terwijl zij toch echt als uniek persoon zijn geboren. Dit komt omdat veel mensen - ook politici - met alle winden meewaaien en slechts weinigen zelf durven te denken. Men geeft elkaar daar de kans niet voor, omdat men klakkeloos de bestaande opvattingen overneemt en die als de enige ware beschouwt. Het is namelijk gemakkelijk en rustig om niet zelfstandig te denken en er geen afwijkende mening op na te houden. Blijkt door het flink uit de hand lopen van iets dat een alom geaccepteerde opvatting toch niet klopte, dan vindt er veelal een 'revolutie' plaats. Tijdens een revolutie wordt weinig aandacht besteed aan de meer genuanceerdere meningen, met het gevaar dat er een andere dominante, als waar beschouwde, opvatting voor in de plaats komt. Diversiteit krijgt op die manier geen kans.

Onze oplossing

De PNVD pleit voor diversiteit en zet zich daarvoor in. Individuele verschillen verdienen respect, want ze maken het leven verrassend. Diversiteit krijgt een kans als iedereen zoveel mogelijk vrijheid krijgt eigen keuzes te maken, zolang daarbij de naastenliefde niet uit het oog wordt verloren. Een grotere vrijheid hoeft niet ten koste te gaan van een sociale samenleving, als de afstand tussen de beleidsmakers en de burgers zo klein mogelijk wordt gemaakt. Door decentralisatie wordt het contact tussen de mensen weer persoonlijker. Meer macht naar de gemeenten dus en niet, zoals nu, naar Europa. Kleine bedrijfjes moeten meer overlevingskansen krijgen, zodat er niet alleen multinationals overblijven. Door vrijheid en naastenliefde te bevorderen, wordt er vanaf het begin ook geluisterd naar de mensen met een meer afwijkende mening. Op die manier kan er evolutie plaatsvinden en krijgt nuance een kans. Doordat mensen met verschillende standpunten in aanraking komen, worden zij gestimuleerd zelfstandig te denken. Vandaar ons motto "Sapere Aude" (-Horatius), wat zoiets betekent als: durf zélf te denken.

Kritisch denken

We hopen van alle Nederlandse burgers kritische vrijdenkers te maken, die belang hechten aan ratio en de kracht van het argument. Het is niet genoeg als de overheid mensen vraagt zelf te denken. Mensen zal tevens een grotere mate van vrijheid gegeven moeten worden, om ervoor te zorgen dat zij keuzes kúnnen maken. Mensen moeten zelf mogen beslissen of ze willen discrimineren, roken, spuiten, integreren, solliciteren, et cetera. Dit geldt in zekere zin ook voor kinderen. Daarom willen we hen vanaf twaalf jaar de vrijheid geven te seksen, stemmen, gokken, kiezen bij wie ze willen wonen, et cetera. Een overheid die vrijheden ontneemt om mensen te beschermen helpt die mensen niet, maar beperkt hen juist in hun ontwikkeling.

Één of meer zetels

De PNVD is al blij met één zetel. We kunnen dan onder meer kamervragen stellen over de onderwerpen die ons dicht bij het hart staan.

Over ons

We zijn eerlijk, idealistisch, en nemen geen blad voor de mond. We hechten groot belang aan, en strijden voor, de vrijheid van meningsuiting voor iedereen. Discussie moet altijd mogelijk zijn. Taboes en dogma's dragen nergens toe bij, deze bevorderen alleen de angst en intolerantie.

Onze speerpunten

De meeste politieke partijen zijn te populistisch. Soms lijken politici slechts uit op het aantrekken van zoveel mogelijk kiezers; niet als middel, maar als doel. Zij laten toe dat de media bepalen wanneer zij controversiële standpunten mogen verkondigen. Het gevolg hiervan is dat politici zo veel mogelijk opties open houden en daardoor het beleid laten bepalen door de media. Hier moet verandering in komen. De PNVD spreekt daarom haar idealen hardop uit. Dit zijn onze twintig speerpunten:

1. Ministers zijn uitvoerenden, het beleid wordt door de Kamer bepaald.
(Zie hoofdstuk 1: RIJKSOVERHEID)

2. Gemeenten krijgen meer autonomie.
(Zie hoofdstuk 2: GEMEENTEN)

3. Beleidsbepaling altijd onafhankelijk van de EU, dan pas mogelijke samenwerking.
(Zie hoofdstuk 3: EUROPA & WERELDPOLITIEK)

4. Er moet getracht worden om een Europees leger op te zetten.
(Zie hoofdstuk 4: LEGERZAKEN)

5. Softdrugs en harddrugs worden gelegaliseerd.
(Zie hoofdstuk 5: STIMULERENDE MIDDELEN)

6. Discriminatie is toegestaan, behalve door de overheid.
(Zie hoofdstuk 6: JUSTITIE)

7. Iedere wijk en ieder klein dorp krijgen twee Bromsnorren die daar zelf wonen.
(Zie hoofdstuk 7: POLITIE)

8. Elke gedetineerde krijgt een soort begeleiding of behandeling.
(Zie hoofdstuk 8: STRAFFEN)

9. Kinderen mogen vanaf twaalf jaar seksuele contacten aangaan.
(Zie hoofdstuk 9: SEKSUALITEIT & INTIMITEIT)

10. Basisscholen mogen niet gebaseerd zijn op een religieuze grondslag.
(Zie hoofdstuk 10: ONDERWIJS)

11. Docenten krijgen grote vrijheid om lesstof en leermethoden te kiezen.
(Zie hoofdstuk 11: LESINHOUD)

12. Geen integratiebeleid.
(Zie hoofdstuk 12: VLUCHTELINGEN & ASIELZOEKERS)

13. Op de omroepen van het publieke bestel wordt gestemd.
(Zie hoofdstuk 13: MEDIA)

14. De NS komt terug in overheidshanden en reizen per trein wordt gratis.
(Zie hoofdstuk 14: VERKEER & VERVOER)

15. Gratis basiszorg via de overheid.
(Zie hoofdstuk 15: GEZONDHEIDSZORG)

16. De vennootschapsbelasting gaat omlaag voor het midden- en kleinbedrijf.
(Zie hoofdstuk 16: FINANCIËN & ONDERNEMEN)

17. Geen energie- en waterliberalisering.
(Zie hoofdstuk 17: MILIEU & VOEDING)

18. Dieren krijgen meer rechten.
(Zie hoofdstuk 18: DIERENWELZIJN)

19. Kinderen krijgen meer rechten.
(Zie hoofdstuk 19: KINDERRECHTEN)

20. Niemand is verplicht te solliciteren; er is een lage basisuitkering.
(Zie hoofdstuk 20: OVERIGE ZAKEN)


Inhoudsopgave

1. RIJKSOVERHEID
2. GEMEENTEN
3. EUROPA & WERELDPOLITIEK
4. LEGERZAKEN
5. STIMULERENDE MIDDELEN
6. JUSTITIE
7. POLITIE
8. STRAFFEN
9. SEKSUALITEIT & INTIMITEIT
10. ONDERWIJS
11. LESINHOUD
12. VLUCHTELINGEN & ASIELZOEKERS
13. MEDIA
14. VERKEER & VERVOER
15. GEZONDHEIDSZORG
16. FINANCIËN & ONDERNEMEN
17. MILIEU & VOEDING
18. DIERENWELZIJN
19. KINDERRECHTEN
20. OVERIGE ZAKEN


Standpunten

1. RIJKSOVERHEID

1.1 Geen hogere kiesdrempel; ook geen twee-partijenstelsel.
Bij het krijgen van 1/150-ste deel van de stemmen, heeft een partij in ieder geval recht op een zetel. Op deze manier blijven ook kleinere partijen vertegenwoordigd in de Kamer.

1.2 Wijziging van de grondwet mag alleen als het volk hiermee instemt.
Een wijziging van de grondwet mag alleen worden doorgevoerd als bij een referendum onder de stemgerechtigden blijkt dat naast tweederde van de Kamer ook tweederde van de mensen die hebben gestemd voor is.

1.3 Wetten met betrekking tot het staatsbestel moeten in de grondwet staan.
Deze wetten zijn belangrijk genoeg om in de grondwet opgenomen te worden.

1.4 Een partij mag maximaal zeventig zetels innemen in de Tweede Kamer.
Het is gevaarlijk als één partij de absolute meerderheid aan zetels kan halen, omdat dit tot een onwenselijke semi-dictatuur kan leiden.

1.5 De Eerste Kamer wordt afgeschaft.
De Eerste Kamer inspecteert momenteel de wetten die de Tweede Kamer heeft aangenomen op bijvoorbeeld tegenstrijdigheden met al bestaande wetten. Partijpolitiek speelt hierbij echter een grote rol. Deze taak kan beter worden overgenomen door onafhankelijke ambtenaren, die verslag doen aan de Tweede Kamer.

1.6 De minister-president wordt gekozen.
De stemgerechtigden kiezen een minister-president voor een periode van vier jaar. Dit gebeurt in twee rondes. De drie kandidaten met de meeste stemmen gaan door naar de eindronde. De minister-president vertegenwoordigt Nederland op politiek niveau. De minister-president mag ministers uit hun functie zetten en kan zelf uit zijn of haar functie worden gezet als tweederde van de kamerleden dit wil.

1.7 Het kabinet wordt afgeschaft.
De ministers worden uitvoerenden; de Tweede Kamer bepaalt het beleid. Na het kiezen van een minister door de grootste partij, gaan er fictief zetels af van die partij, namelijk (150 zetels delen door het aantal ministers) aan zetels. De partij die daarna het grootst is kiest een volgende minister, enzovoort. Is het zetelaantal gelijk, dan kiest de partij die oorspronkelijk het meeste aantal reststemmen kreeg een volgende minister.

1.8 De zetelverdeling per partij wordt democratischer.
De persoon op een kandidatenlijst met de meeste stemmen krijgt als eerste een zetel. Daarna volgt de persoon die daarna de meeste stemmen behaalde, enzovoort. De regeling met voorkeurstemmen, zoals die nu geldt, wordt dus afgeschaft.

1.9 Kinderen krijgen stemrecht vanaf twaalf jaar.
Door kinderen vanaf twaalf jaar stemrecht te geven houden politici eerder en meer rekening met hen. De politiek kan best een idealistische impuls vanuit kinderen gebruiken. Dit stemrecht geldt voor alle verkiezingen.

1.10 Wetten die betrekking hebben op jonge kinderen worden extra beoordeeld.
Aangezien kinderen onder de twaalf jaar niet mogen stemmen is het goed om een speciale organisatie voor hun belangen te laten opkomen. Deze organisatie zou al dit soort wetten ter beoordeling voorgelegd moeten krijgen en moet haar oordeel over de wetten geven aan de Tweede Kamer.

1.11 Elke partij krijgt evenveel zendtijd op televisie en evenveel campagnegeld.
Elke partij die aan een verkiezing meedoet, krijgt evenveel zendtijd op de publieke netten. Dit gebeurt middels de zendtijd voor politieke partijen. Tevens krijgt iedere partij evenveel campagnegeld van de overheid. Op deze manier zijn ook de kleine partijen, beter dan nu, in staat om hun standpunten onder de aandacht te brengen.

1.12 Sponsoring van politieke partijen wordt verboden.
Verstrengeling van belangen met het bedrijfsleven dient tegen gegaan te worden. Politiek beleid behoort niet te koop te zijn.

1.13 Geld voor onderzoek wordt verstrekt per behaalde zetel.
Partijen zijn vrij in het besteden van dit geld.

1.14 De voorzitter van de Tweede Kamer wordt een ambtenaar.
Het kamerlid dat nu voorzit kan beter mee debatteren. Door een ambtenaar te laten voorzitten, wordt tevens de kans op (al dan niet bewuste) partijdigheid door de voorzitter kleiner.

1.15 Het aantal weken dat de Kamer met reces is, wordt gehalveerd.
Vandaag de dag is de Tweede Kamer zeventien weken per jaar met reces. Aangezien de Kamer weer het hart van de democratie wordt, zal dit aantal moeten verminderen. De PNVD stelt een driedaagse vergaderweek voor, bijvoorbeeld: maandag, woensdag en vrijdag. Kamerleden krijgen zo de kans om zich naast hun baan met andere zaken bezig te houden. Dit zorgt ervoor dat zij beter op de hoogte kunnen blijven van wat er zoal in de maatschappij speelt.

1.16 Het aantal wetsvoorstellen per kamerlid wordt gelimiteerd.
Het aantal wetsvoorstellen dat per kamerlid mag worden ingediend wordt gelimiteerd, om te voorkomen dat er over te veel kansloze wetten moet worden gestemd. Zijn er dertig of meer kamerleden die een bepaald wetsvoorstel willen indienen, dan is dit altijd toegestaan. Het aantal kamervragen dat mag worden gesteld blijft ongelimiteerd.

1.17 Het volk kan met 100.000 handtekeningen een referendum afdwingen.
Als uit een referendum blijkt dat de meerderheid van de mensen achter een wetsvoorstel vanuit het volk staat, is de Tweede Kamer verplicht over dit voorstel te stemmen. Ook kan de Tweede Kamer altijd besluiten een raadplegend referendum te houden. Een bindend referendum komt er niet, omdat niet verwacht mag worden van elke stemgerechtigde dat die zich in elk onderwerp verdiept. Dit mag wel worden verwacht van de volksvertegenwoordigers.

1.18 De Provinciale Statenverkiezingen worden afgeschaft.
De commissarissen van de Koningin ook. Gemeenten kunnen onderling afspraken maken. Als taken niet door gemeenten onderling kunnen worden afgehandeld, worden die overgeheveld naar Den Haag. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een project als de Betuwelijn.

1.19 De Waterschapsverkiezingen worden afgeschaft.
Een overheidsinstelling gaat zich bezighouden met de waterhuishouding.

1.20 Alle besproken wetsvoorstellen worden op internet gezet.
De integrale teksten van alles wat er in de Tweede Kamer wordt gezegd, komt zowel in het Engels als in het Nederlands op internet te staan. Dit geldt ook voor wat wordt gezegd in de gemeenteraden.

1.21 Alle overheidspublicaties worden zowel Engels- als Nederlandstalig.
Door alles tweetalig te publiceren, kan men nationaal en internationaal de politieke bezigheden van onze volksvertegenwoordigers op de voet volgen.

1.22 Bij disfunctioneren krijgt een ambtenaar nooit een gouden handdruk.
Een bouwvakker krijgt na disfunctioneren ook geen gouden handdruk.

1.23 Het staatshoofd voert enkel ceremoniële taken uit.
Het is onjuist als het staatshoofd direct politieke invloed kan uitoefenen. Omdat het staatshoofd nog altijd door veel Nederlanders wordt gezien als iemand die het volk kan vertegenwoordigen op sociaal-cultureel niveau, zoals de premier dit doet op politiek niveau, ziet de PNVD voorlopig geen reden deze functie op te heffen. Gezien de vertegenwoordigende taak van het staatshoofd moet deze minimaal tweewekelijks met de premier overleggen.

1.24 De premier leest de 'troonrede' voor.
De 'troonrede' wordt immers door de regering opgesteld. Het staatshoofd krijgt de mogelijkheid een eigen toespraak, met sociaal-cultureel karakter, te houden.

1.25 De Nederlandse Antillen en Aruba mogen onafhankelijk worden.
Wanneer uit een referendum onder de bewoners van één van deze eilanden blijkt dat zij graag onafhankelijk willen worden, dan stemt de PNVD hiermee in. Wanneer dit niet het geval is, kunnen deze eilanden gemeenten worden.

1.26 Er komt een goed controlesysteem voor stemmachines.
Om manipulatie van stemmen bij elektronische stemmachines te voorkomen moet een handmatige controle van de stemmentelling altijd mogelijk zijn. Bij iedere stem moet een papieren uitdraai worden gemaakt. Die wordt gecontroleerd door de kiezer en in een stembus gestopt. Steekproefsgewijs worden stembussen vergeleken met de uitslagen van stemmachines.


2. GEMEENTEN

2.1 Gemeenten krijgen meer autonomie.
De rijksoverheid moet alleen de taken die niet door gemeenten onderling kunnen worden afgehandeld uitvoeren. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het onderhoud van snelwegen. Gemeenten mogen hun eigen beleid bepalen, mits dit niet in strijd is met wat is bepaald door de rijksoverheid. Zo mogen gemeenten bijvoorbeeld zelf bepalen of zij preventief fouilleren toestaan en of zij bepaalde vormen van bedelen strafbaar stellen. Ook mogen gemeenten hun eigen cultuur en monumentenbeleid uitvoeren.

2.2 Geen hogere kiesdrempel; ook geen twee-partijenstelsel.
Voor uitleg, zie punt
1.1.

2.3 Een lokale partij mag maximaal 45 procent van alle zetels innemen.
Voor uitleg, zie punt
1.4.

2.4 Burgemeesters worden gekozen door de gemeentebevolking.
De inwoners van iedere gemeente kiezen hun burgemeester voor een periode van vier jaar. Dit gebeurt in twee rondes. De drie kandidaten met de meeste stemmen gaan door naar de eindronde. Burgemeesters vertegenwoordigen hun gemeenten op politiek niveau. Zij mogen wethouders uit hun functie zetten en kunnen zelf uit hun functie worden gezet als tweederde van de gemeenteraadsleden dit wil.

2.5 Het college van B&W wordt afgeschaft.
De wethouders worden uitvoerenden; de gemeenteraadsleden bepalen het beleid. Na het kiezen van een wethouder door de grootste partij gaan, er fictief zetels af van die partij, namelijk (<aantal gemeenteraadsleden> zetels delen door het aantal wethouders) aan zetels. De partij die daarna het groots is kiest een volgende wethouder, enzovoort. Is het zetelaantal gelijk, dan kiest de partij die oorspronkelijk het meeste aantal reststemmen kreeg een volgende wethouder.

2.6 De zetelverdeling per partij wordt democratischer.
Voor uitleg, zie punt
1.8.

2.7 Elke partij krijgt evenveel campagnegeld.
Voor uitleg, zie punt
1.11.

2.8 Sponsoring van politieke partijen wordt verboden.
Voor uitleg, zie punt
1.12.

2.9 Tussentijdse verkiezingen worden mogelijk.
Omdat gemeenten meer autonomie krijgen, krijgen ze ook meer verantwoordelijkheden. Dit brengt met zich mee dat er een mogelijkheid voor tussentijdse verkiezingen moet zijn. Dit zal plaatsvinden als meer dan vijftig procent van de gemeenteraadsleden dit wil.

2.10 Gemeenten heffen geen belastingen.
In plaats van allerlei verschillende belastingen, zoals bijvoorbeeld de waterschapsbelasting en de omzetbelasting, wil de PNVD dat enkel nog loonheffing wordt ingehouden. Burgers zien zo precies wat ze aan belasting betalen. De enige uitzonderingen hierop zijn belastingen op vervuilende producten en de vennootschapsbelasting. Zie ook punt
16.25.

2.11 Inwoners moeten toestemming geven voor gemeentelijke herindelingen.
Omdat bijvoorbeeld het samenvoegen van gemeenten voor de inwoners soms vergaande veranderingen met zich mee kan brengen, moeten meer dan vijftig procent van alle bewoners van iedere betrokken gemeente hiermee instemmen.

2.12 Alle besproken wetsvoorstellen worden op internet gezet.
Voor uitleg, zie punt
1.20.

2.13 Alle gemeentelijke publicaties worden zowel Engels- als Nederlandstalig.
Voor uitleg, zie punt
1.21.

2.14 Een gemeentelijk referendum mag nooit bindend zijn.
Er mag niet van elke stemgerechtigde verwacht worden dat die zich in elk onderwerp verdiept. Dit mag wel worden verwacht van de volksvertegenwoordigers.

2.15 Er komt een goed controlesysteem voor stemmachines.
Voor uitleg, zie punt
1.26.


3. EUROPA & WERELDPOLITIEK

3.1 Er moet minder macht naar Brussel.
Nederland bepaalt zelf haar eigen beleid. Samenwerking met andere landen is wenselijk. Dreigt Nederland te veel macht aan Europa af te moeten staan om in de Europese Unie te kunnen blijven, dan stappen we eruit. Naar onze mening wordt het politieke beleid in Nederland al te veel afgestemd op wat Europees haalbaar is of gewenst lijkt.

3.2 Bij de EU-verkiezingen wordt gestemd op landoverschrijdende partijen.
Alle EU-burgers kunnen dus stemmen op alle partijen die zich inschrijven, ongeacht in welk land de partij is opgericht. De verkiezingsprogramma's worden naar alle EU-talen vertaald door een Europees vertalingbureau en op internet gezet.

3.3 De Verenigde Naties moet democratischer worden.
Momenteel hebben vijf landen bijvoorbeeld een vetorecht in de Veiligheidsraad. Dit zou niet zo moeten zijn. Is er hieraan in 2010 niets veranderd dan moet Nederland uit de VN stappen.

3.4 Alle VN-landen tekenen een democratieverdrag.
Dit verdrag verplicht alle VN-landen tot het bevrijden van een democratisch land wanneer dat aangevallen of bezet wordt, of wanneer er een coup wordt gepleegd. Dit betekent dat er eisen moeten worden geformuleerd wanneer een land democratisch is. Die kunnen in de toekomst mogelijk worden aangescherpt.

3.5 Er moet een internationaal fonds komen dat medicijnrechten afkoopt.
Dit fonds kan door de Verenigde Naties worden beheerd. Het fonds koopt medicijnrechten af tegen bijvoorbeeld aids of tropische ziekten.

3.6 Gestreefd wordt naar een wereldwijd verbod op export- en importheffingen.
Eerlijke handel wordt zo bevorderd. Arme landen hebben vandaag de dag vaak last van oneerlijke handelsafspraken tussen Westerse landen. Het Westen is zo mede schuldig aan de armoede in Derde Wereld landen. Deze schuld (gedeeltelijk) afkopen met ontwikkelingshulp is bedenkelijk.

3.7 Nederland handhaaft het percentuele uitgavenniveau voor ontwikkelingshulp.
Het geld mag alleen gebruikt worden voor structurele oplossingen (zie ook punt
3.6) of voor voedselhulp. Een voorbeeld van een structurele oplossing is het verspreiden van condooms. Ook worden de schulden van lage-inkomenslanden kwijtgescholden.

3.8 Het Internationale Strafhof krijgt een internationaal arrestatieteam.
Het Internationale Strafhof is zo minder afhankelijk van nationale regeringen wat betreft het opsporen en oppakken van mensen die verdacht worden van misdaden tegen de menselijkheid.


4. LEGERZAKEN

4.1 Er moet getracht worden om een Europees leger op te zetten.
Afzonderlijke lidstaten kunnen zich specialiseren in bepaalde legerdivisies. Zo kunnen kustlanden hun prioriteit bij de marine leggen. Het is niet de bedoeling dat Nederland haar land- en luchtmacht opheft. Er moet één persoon zijn die de baas is over alle Nederlandse strijdkrachten. Deze legt verantwoording af aan de minister van Defensie. Het EU-leger beschikt ook over één opperbevelhebber.

4.2 Nederland moet uit de NAVO stappen.
Dit alleen wanneer punten
3.4 en 4.1 zijn gerealiseerd.

4.3 De dienstplicht wordt afgeschaft.
Iedere Nederlandse volwassen burger kan vandaag de dag worden opgeroepen om in het nationale leger te dienen. In theorie is het dus mogelijk dat ook mensen die niet achter een oorlog staan moeten meevechten. Het is beter om in geval van nood het beroepsleger aan te vullen op basis van vrijwilligheid. Hopelijk zal dit nooit nodig zijn.

4.4 Het leger mag alleen personen vanaf zestien jaar werven.
Ook wordt er niemand onder de twintig jaar uitgezonden naar conflictgebieden. Jongeren blijven zo beschermd tegen gewelddadigheden en doen geen traumatische ervaringen op.

4.5 Er moet een wereldwijd verbod komen op bepaalde wapens.
Het verbod moet onder andere gelden voor nucleaire-, chemische- en bacteriologische wapens. Deze wapens zijn namelijk alleen geschikt voor massavernietiging. Het verbod moet ook gelden voor mijnen, omdat die te veel burgerslachtoffers veroorzaken.

4.6 Er worden geen wapens geleverd aan ondemocratische regimes.
Door ondemocratische regimes wapens te verkopen, wordt indirect de onderdrukking van mensen in de betreffende landen gesteund.


5. STIMULERENDE MIDDELEN

5.1 Softdrugs en harddrugs worden gelegaliseerd.
Softdrugs wordt legaal vanaf twaalf jaar en harddrugs vanaf zestien jaar. De leveranciers van drugs worden verplicht om met de drugs een goedgekeurde bijsluiter te leveren, met daarop de gevaren. Bij het kopen van harddrugs moet men zich legitimeren, omdat inwoners van landen waar gebruik van harddrugs strafbaar is hier geen harddrugs mogen kopen. De PNVD raadt drugsgebruik af. Voor de opvoeders is een belangrijke voorlichtende taak weggelegd. De bestrijding van drugsgebruik legt ook te veel beslag op de middelen van politie en justitie, terwijl bekend is dat altijd met weinig moeite aan drugs te komen zal zijn. Door de legalisering van drugs worden die veel goedkoper, waardoor er hoogst waarschijnlijk minder drugsgerelateerde misdaden zullen plaatsvinden.

5.2 Roken, gokken en het drinken van alcohol worden legaal vanaf twaalf jaar.
De leveranciers van rookwaar en alcoholische dranken worden verplicht om een goedgekeurde bijsluiter mee te leveren, met daarop de gevaren. Het is goed als jongeren de kans krijgen om zelf verantwoordelijkheid te dragen en eigen keuzes te maken. Als jongeren te veel worden betutteld gaan ze zich juist onverantwoordelijk gedragen.

5.3 Alcoholische dranken, tabakswaar en drugs worden accijnsvrij.
De PNVD raadt overmatig drankgebruik en alle tabaks- en drugsgebruik af. Toch meent zij dat mensen hun eigen verantwoordelijkheid moeten dragen. De leveranciers van deze middelen worden verplicht om een goedgekeurde bijsluiter mee te leveren, met daarop de gevaren. Door accijnzen en verboden krijgen producten ook een positief imago bij sommige mensen.

5.4 Reclame voor drugs, alcohol en roken wordt toegestaan.
Er moet wel een verplichte voorlichtingstekst bij de reclames worden getoond. Deze tekst en de vorm ervan moet aan overheidsvoorwaarden voldoen.

5.5 Rijden onder invloed wordt dubbel zo zwaar bestraft.
Doordat mensen onder invloed rijden ontstaan er veel ongelukken, vaak met dodelijke afloop. De huidige straffen staan niet in verhouding tot het gevaar - ook voor derden - van rijden onder invloed.

5.6 Ouders blijven vrij om hun kinderen stimulerende middelen te verbieden.
Net zoals dit voor allerlei andere zaken geldt.

5.7 De overheid moet geen casino's beheren of loterijen houden.
Vandaag de dag gebeurt dit wel. Dit is echter niet iets waar de overheid zich mee bezig moet houden. De Holland Casino's en de Staatsloterij moeten dus worden geprivatiseerd.


6. JUSTITIE

6.1 De rechtspraak is gebaseerd op wetten van de Tweede Kamer.
Vandaag de dag is dit niet altijd het geval. Een voorbeeld. Nadat de nieuwe euthanasiewetgeving was ingevoerd wist de politiek niet te zeggen of de euthanasie van ex-senator Brongersma onder die nieuwe wetgeving viel. Een rechter moest bepalen of ook geestelijk lijden ondraaglijk kon zijn. Een ander voorbeeld. Het in privé-bezit hebben van kinderporno werd in 1998 strafbaar doordat een rechter dit eigenhandig besloot. De gekozen volksvertegenwoordigers moeten het beleid bepalen.

6.2 Er moet niet worden gedoogd.
Wanneer iemand een wet overtreedt hoort daar dus altijd een sanctie tegenover te staan. Dit schept duidelijkheid.

6.3 Schikkingen buiten de rechter om worden voor strafzaken verboden.
Dit voorkomt klassenjustitie. Rijke mensen kunnen anders hun rechtszaak afkopen en zo een eventuele straf of publieke veroordeling ontlopen.

6.4 De verjaringstermijn bij moord wordt afgeschaft.
Het is vaak ondraaglijk voor nabestaanden als een zaak nooit meer voor een rechter kan komen. Ook moeten onopgeloste moordzaken twintig jaar na dato opnieuw onder de loep worden genomen, omdat dan misschien nieuwe informatie boven water komt. De huidige regering zal dit vanaf 1 januari 2005 invoeren.

6.5 Wetten gelden nooit met terugwerkende kracht.
Men moet de garantie hebben dat leven volgens de geldende wetgeving later niet alsnog tot een veroordeling kan leiden.

6.6 Klachten over justitie worden onafhankelijk beoordeeld.
Een landelijke commissie gaat deze klachten afhandelen. In de praktijk blijkt namelijk dat de onafhankelijkheid van de klachtenbehandelaar vaak te wensen overlaat.

6.7 Rechtshulp moet toegankelijker worden.
De bureaus voor rechtshulp, de rechtswinkels en andere eerstelijns rechtshulpvoorzieningen dienen (weer) gratis te worden en er moeten meer gratis kinderen- en jongerenrechtswinkels komen.

6.8 De kinderrechter blijft bestaan.
Jongeren tot zestien jaar moeten anders behandeld worden dan volwassenen.

6.9 Nevenfuncties van rechters dienen openbaar te zijn.
Bij bepaalde zaken worden combinaties van nevenfuncties en rechterlijke functies door sommige mensen als absoluut onverenigbaar beschouwd.

6.10 Organisaties mogen alleen verboden worden als die oproepen tot geweld.
Individuen kunnen niet veroordeeld worden wegens de Wet Criminele Organisaties. Het wordt anders te makkelijk om personen die niets strafbaars doen toch te vervolgen.

6.11 Er wordt geen geld uitgeloofd door justitie bij gouden tips.
Wanneer iemand kennis heeft over een strafbaar delict, dan is het een burgerplicht om deze kennis door te geven aan de politie.

6.12 Burgers zijn niet verplicht een identiteitsbewijs bij zich te dragen.
Anders zou men niet eens geheel naakt over straat kunnen lopen. Zie ook punt
9.7.

6.13*

6.14 Slachtoffers en verdachten krijgen meer spreekrecht tijdens rechtszaken.
De slachtoffers of nabestaanden krijgen tevens altijd informatie over de uitspraak thuisgestuurd, tenzij zij nadrukkelijk aangeven deze niet te willen ontvangen.

6.15 Mogelijke uitlevering van verdachten wordt per geval beoordeeld.
Wanneer iemand kans loopt de doodstraf te krijgen of een andere lijfstraf, wordt nooit uitgeleverd.

6.16 Vuurwapenbezit thuis wordt niet langer toegestaan.
Dit houdt concreet in dat jagers en sportschutters hun vuurwapens indien zij die niet gebruiken, moeten onderbrengen bij een schietvereniging. Oneigenlijk gebruik van vuurwapens vindt op deze manier minder snel plaats.

6.17 Geen dubbele strafbaarstelling, uitgezonderd voor kindermishandeling.
Nederlandse burgers kunnen nooit in Nederland worden veroordeeld voor zaken die hier strafbaar zijn maar niet in het land waar ze zijn begaan. Als Nederland vindt dat bepaalde landen een verkeerde wetgeving hebben, dan moet zij die landen daar maar op aanspreken. Voor kindermishandeling (inclusief besnijdenis) blijft wel dubbele strafbaarstelling gelden. Zie ook punt
9.9.

6.18 Het uitlokken van strafbaar gedrag door overheidsinstanties blijft verboden.
Nederland moet geen politiestaat worden. Door uit te lokken en middels het creëren van bepaalde situaties is bijna iedereen tot strafbare handelingen te bewegen.

6.19 De leeftijd waarop men volwassen wordt, wordt zestien jaar.
Dit betekent bijvoorbeeld dat men zich in de toekomst verkiesbaar kan stellen vanaf zestien jaar. Ook sluit dit goed aan bij de leerplicht die geldt tot het zestiende levensjaar.

6.20 Vormfouten leiden tot strafvermindering.
Het is niet juist als vormfouten bijna direct tot ontslag van vervolging leiden. Strafvermindering bij vormfouten blijft nodig om er voor te zorgen dat het Openbaar Ministerie zorgvuldig blijft handelen.

6.21 Discriminatie is toegestaan, behalve door de overheid.
Het overheidsapparaat en al haar ambtenaren in functie mogen niet discrimineren. De burgers mogen dit wel. Zo mag bijvoorbeeld een bakker mensen met groen haar de toegang tot zijn bakkerij weigeren. Dezelfde bakker mag ook kleurlingen weigeren. Let wel, iedereen is vrij om vanwege dit feit deze bakkerij te mijden! Oproepen tot wetovertredend gedrag, zoals oproepen tot geweld, blijft strafbaar. Als discriminatie toegestaan is, wordt beter zichtbaar wat mensen denken en daardoor worden problemen blootgelegd. Door confrontaties uit de weg te gaan barst vroeg of laat juist de bom. Mensen zijn nu vaak gefrustreerd omdat ze het idee hebben dat de overheid bepaalde groepen in bescherming neemt. Door de huidige wetgeving moeten ze deze frustraties opkroppen met alle mogelijke gevolgen van dien. Positieve discriminatie wordt natuurlijk ook mogelijk. Zo kan een bedrijf ervoor kiezen alleen maar zwervers aan te nemen.

6.22 Vrijheid van godsdienst niet apart in de wetgeving.
Deze vrijheid valt al onder de vrijheid van meningsuiting en andere wetten.


7. POLITIE

7.1 Klachten over de politie worden onafhankelijk beoordeeld.
Voor uitleg, zie punt
6.6.

7.2 Aangifte van strafbare feiten kan worden gedaan via internet.
Hiervoor komt op het net een website met kant-en-klare 'invulformulieren'. Aangifte op het politiebureau blijft ook mogelijk. Een voordeel van elektronische aangifte is dat de aangiften sneller kunnen worden gesorteerd en afgehandeld.

7.3 Iedere wijk en ieder klein dorp krijgen twee Bromsnorren.
Deze agenten wonen in hun werkgebied en hebben afwisselend dienst. Ze zijn bekeurings- en arrestatiebevoegd. Ook kunnen ze burgers uit hun gebied adviseren en zonodig doorverwijzen. Het persoonlijk leren kennen van de buurtbewoners door de Bromsnorren is belangrijk, want zo weten zij wat er in de wijk of het dorp speelt. Een Bromsnor mag te allen tijde een 'sheriffster' opdoen en zodoende bevoegd optreden.

7.4 Agenten moeten geen voorlichting geven op scholen.
Agenten kunnen hun tijd beter steken in het handhaven van de wet.

7.5 Opgepakte relschoppers betalen mee aan de gemaakte ME-kosten.
Relschoppers worden op deze manier direct geconfronteerd met wat hun gedrag aan kosten met zich meebrengt voor de maatschappij.

7.6 ME-ers krijgen rugnummers.
Het is op deze manier beter vast te stellen welke ME-er bepaald gedrag vertoonde. Dit kan bijvoorbeeld handig zijn wanneer een ME-er onnodig (veel) geweld gebruikte. De rugnummers wisselen per optreden, zodat de identiteit van de ME-ers zo goed mogelijk wordt beschermd.

7.7 DNA mag nooit als ultiem en uniek bewijsmateriaal worden gezien.
DNA-afname kan een nuttig middel zijn voor identiteitsvaststelling. Voorkomen moet echter worden dat bij delicten op basis van DNA-materiaal te snel conclusies worden getrokken.

7.8 Alle verhoren worden opgenomen.
De advocaat en het OM krijgen zo inzicht in de omstandigheden waaronder verdachten uitspraken hebben gedaan. De advocaat mag de opnamen gebruiken ter verdediging. Het OM mag deze ook gebruiken.


8. STRAFFEN

8.1 Een straf moet gebaseerd zijn op het voorkomen van herhaling.
Het belangrijkste doel van ons strafsysteem moet zijn het voorkomen dat wetsovertreders in herhaling vallen. Er moet ook een preventieve werking van uitgaan. Genoegdoening aan slachtoffers en benadeelden is ook belangrijk, maar vaak onmogelijk. Het gepleegde delict is immers niet terug te draaien.

8.2 Een straf dient hoger te worden bij herhaling van hetzelfde delict.
Op deze manier wordt de maatschappij beter beschermd tegen mensen die hardleers zijn, omdat die mensen minder snel hetzelfde delict zullen begaan.

8.3 Geen mindering in celstraf.
Dit betekent niet dat de PNVD vindt dat er zwaarder moet worden gestraft. Wel wordt zo gerealiseerd dat men na veroordeling weet wat de precieze celstraf van een persoon zal zijn. Nu wordt gevangenen die zich goed gedragen vrijwel automatisch eenderde van hun straf kwijtgescholden. Bij slecht gedrag kan de celstaf eventueel worden verlengd door een rechter.

8.4*

8.5 Elke gedetineerde krijgt een soort begeleiding of behandeling.
Dit ongeacht de duur van de celstraf. De begeleiding of behandeling is persoonlijk en erop gericht om recidive te voorkomen. Van belang is dat de gedetineerde in zijn waardigheid wordt gelaten. Bij gedetineerden die ernstige misdaden, zoals moord of zware geweldpleging, op hun geweten hebben en bij ernstig psychiatrische patiënten geldt een soort TBS-systeem, waarbij hun detentie jaarlijks mag worden verlengd. De beoordeling of verlenging moet plaatsvinden wordt gedaan door onafhankelijke artsen. De patiënt kan desgewenst een second opinion aanvragen. Het onder begeleiding terugkeren in de maatschappij moet mogelijk blijven.

8.6 Elke gedetineerde krijgt een eigen cel.
Het plaatsen van meerdere gevangenen in één cel kan voor de bewaarders en ook voor de betrokken gevangenen (levens)gevaarlijk zijn. Enkel als zowel de bewaarders als de gevangenen de voorkeur geven aan gedeelde cellen kunnen per individueel geval uitzonderingen worden gemaakt.

8.7 Zedendelinquenten moeten op een aparte afdeling vastzitten.
Is dit niet het geval, dan kent ook Nederland, al is het indirect, lijfstraffen.

8.8 Gevangenen houden stemrecht.
Dit recht mag gevangenen niet worden ontnomen, want zij blijven onderdeel uitmaken van de bevolking.

8.9 Een gevangene mag een klein huisdier (celdier) houden.
Dit gaat niet op voor gevangenen die een dier hebben mishandeld. Geschikte dieren zijn bijvoorbeeld cavia's en hamsters.

8.10 Taakstraffen zijn toe te juichen wanneer ze effectief blijken.
Het belangrijkste doel van een taakstraf is om te voorkomen dat de gestrafte recidiveert. De effectiviteit van taakstraffen moet regelmatig worden gemeten.

8.11 Criminelen krijgen geen strafvermindering in ruil voor deals.
Ook het inzetten van criminele burgerinfiltranten wordt verboden, uitgezonderd bij terrorismebestrijding. Wat is een verklaring waard van een crimineel die in ruil voor die verklaring mindering in celstraf krijgt of anderszins wordt beloond?


9. SEKSUALITEIT & INTIMITEIT

[Zie voor een toelichting op enkele punten uit dit hoofdstuk het document Kies verantwoorde vrijheid.]

9.1 Seksuele voorlichting wordt gegeven vanaf de kleuterschool.
Seksualiteit is een belangrijk aspect van het leven. Het is verkeerd om kinderen zolang mogelijk te onthouden van kennis over seksualiteit, omdat zo het taboe erop blijft bestaan.

9.2 Jongeren mogen vanaf twaalf jaar seksuele contacten aangaan.
Jongeren mogen sinds 2002 seksuele contacten aangaan vanaf zestien jaar. Vóór 2002 mochten zij dit onder voorwaarden vanaf twaalf jaar. Jongeren laten zich niet beschermen als ze dat niet willen: jongeren geven aan dat ze zelf willen kunnen bepalen met wie ze seksuele contacten aangaan. De PNVD wil op den duur deze leeftijdsgrens helemaal afschaffen. De reden hiervoor is dat alleen misbruik, zoals afgedwongen contacten, moet worden bestraft. Bij afhankelijkheidsrelaties, bijvoorbeeld tussen docent en leerling en bij incest, zal voorlopig een leeftijdsgrens van zestien jaar gaan gelden.

9.3 Gevaarlijke seks met minderjarigen blijft strafbaar.
Dit geldt onder andere voor het in gevaar brengen van minderjarigen indien men hiv besmet is, of sadomasochistische toestanden waarbij beschadigingen optreden. Volwassenen moeten dit zelf weten, jongeren blijven beschermd.

9.4 Pornografie mag overdag worden uitgezonden.
Pornografie op zich is niet schadelijk. Gewelddadige porno mag alleen 's avonds laat uitgezonden worden, net zoals dit het geval is voor andere films waarvoor een leeftijdsadvies geldt van zestien jaar. Zie ook punt
9.5.

9.5 Vanaf zestien jaar mag men in een pornoproductie verschijnen.
De PNVD wil op den duur dat jongeren vanaf het moment dat zij seksuele contacten mogen aangaan, ook in een pornoproductie mogen verschijnen als zij dit graag willen.

9.6 De leeftijdsgrens vanaf welke men zich mag prostitueren wordt zestien jaar.
Aangezien veel hoeren (mannelijke en vrouwelijke) nog altijd wegens omstandigheden in dit vak belanden en er geen toezicht is tijdens de bezigheden met een klant, mogen jongeren dit werk niet uitvoeren.

9.7 Iedereen mag buiten naakt rondlopen.
Er zijn geen gegronde redenen om dit niet toe te staan. Wegens de hygiëne moeten naaktlopers wel een handdoek gebruiken als zij gaan zitten op openbare zitplaatsen in bijvoorbeeld parken of op stations.

9.8 Privé-bezit van kinderpornografie wordt toegestaan.
Tot 1998 was dit in Nederland het geval. De meeste politici wilden geen heksenjacht ontketenen. Hiervan is nu duidelijk wel sprake en dit levert niets op. Een verbod op bezit van kinderporno is censuur. Tevens ontstaan er allerlei illegale, oncontroleerbare circuits door. Geld verdienen door (ruil)handel blijft voorlopig wel strafbaar. Zie ook punt
9.5.

9.9 Besnijdenis van jongens en meisjes onder de zestien jaar wordt strafbaar.
Uitgezonderd zijn medisch noodzakelijke besnijdenissen door doctoren of chirurgen. Sommige jongens hebben bijvoorbeeld een te nauwe voorhuid.

9.10 Seksuele contacten met dieren blijven legaal.
Seksuele mishandeling van dieren blijft strafbaar.

9.11 Het huwelijk wordt geschrapt uit de wetgeving.
Of men al of niet trouwt moet geen invloed hebben op welke wetgeving voor de betrokkenen geldt. Mensen die willen trouwen moeten dit buiten de overheid om regelen. Kerken kunnen huwelijken blijven voltrekken, private instellingen mogen dit ook.


10. ONDERWIJS

10.1 Basisscholen mogen niet gebaseerd zijn op een religieuze grondslag.
Het is belangrijk dat kinderen geen geloofsvisie wordt opgedrongen. Ouders mogen hun kinderen wel naar een religieuze instelling sturen, zoals een kerk of een moskee. Vandaag de dag gaan bijvoorbeeld veel Turken naar een 'moslimschool'. Zo wordt echter de basis gelegd van apartheid. Andere factoren moeten belangrijker worden voor de keuze van de school. Hierbij kan worden gedacht aan de afstand tot het woonhuis of de gehanteerde lesmethodes.

10.2 Na de basisschool kiezen kinderen zelf hun school.
Ouders en scholen mogen kinderen adviseren bij deze keuze, maar de kinderen maken uiteindelijk de keuze. Deze keuze heeft overigens geen betrekking op het scholingsniveau.

10.3 Scholen mogen niet worden gesponsord.
Sponsoring tast namelijk de onafhankelijkheid van scholen aan.

10.4 De staatsscholen hebben een acceptatieplicht.
De staatsscholen hebben een acceptatieplicht wat leerlingen en (beginnende) studenten betreft, tenzij er geen plaats meer is.

10.5 Iedereen mag na de middelbare school maximaal zes jaar gratis studeren.
Na de middelbare school kan iedereen op kosten van de staat zes jaar studeren. Daarna moet men alle studiekosten zelf gaan betalen. De start- en vervolgleeftijd van de studie doen niet ter zake.

10.6 In principe hoeft niemand schoolgeld of studieboeken te betalen.
Schoolboeken worden gratis verstrekt door de scholen, maar blijven wel eigendom van de scholen. Mensen die reeds zes jaar hebben gestudeerd na de middelbare school moeten wel schoolgeld en studieboeken betalen.

10.7 De studiefinanciering komt te vervallen.
Het onnodig rondpompen van geld wordt hiermee gestopt. Wel zal er geld gegeven blijven worden aan uitwonende studenten voor hun levensonderhoud, dit via de basisuitkering. Zie ook punt
20.4.

10.8 De onderwijsinspectie inspecteert de scholen en doet daarvan verslag.
De verslagen zijn openbaar en komen ook op het internet te staan. De inspectie doet verslag van onder andere het aantal leerlingen, slagingspercentages, hygiëne en veiligheid op de scholen. Ook het schoolplezier wordt beoordeeld, dit aan de hand van enquêtes onder leerlingen.

10.9 De leerplicht blijft gelden tot het zestiende levensjaar.
Er moet geen mogelijkheid zijn om kinderen van onderwijs te onthouden. De soorten onderwijs waaruit gekozen kan worden zal overigens waarschijnlijk toenemen. Zie punt
11.1.

10.10 Kinderbijslag wordt gegeven voor kinderen tot twaalf jaar.
Het krijgen van kinderen is een keus van de ouder(s). De ouders moeten daarom ook de bijkomende financiële verantwoordelijkheid dragen. De overheid zal ouders met kinderen tot twaalf jaar een financiële vergoeding geven voor het levensonderhoud van hun kinderen. Schoolgeld zal hier niet bij zitten, aangezien scholing geheel gratis wordt.

10.11 Meer onderzoek naar 1-op-1 onderwijs.
Van individueel onderwijs wordt wel gezegd dat het de snelste en meest effectieve manier van leren is. Onderzocht moet worden in hoeverre dit waar is, of dit alternatief kostentechnisch te realiseren is, en welke eisen gesteld zouden moeten worden aan mentoren.


11. LESINHOUD

11.1 Scholen krijgen grote vrijheid om de leerstof en leermethode te kiezen.
De enige manier waarop deze vrijheid wordt ingeperkt, is dat de lesinhoud op basisscholen geen religieuze grondslag mag hebben. (Zie punt
10.1.) Ook zijn enkele vakken verplicht. (Zie punt 11.3.) Dit betekent dat scholen grote vrijheid krijgen in de bepaling van hun lesinhoud en leermethode. Zo kunnen zij bijvoorbeeld buiten gaan lesgeven of zingend gaan lesgeven. De landelijke overheid bepaalt de diploma-eisen en de examens blijven landelijk identiek. De overheidsfinanciering vindt plaats per kind, zonder verdere eisen.

11.2 De hoeveelheid inspraak van leerlingen en ouders bepaalt de school zelf.
Diversiteit wordt op deze manier bevorderd. Leerlingen en ouders kiezen de school waarvan zij denken dat die bij hen past, dus natuurlijke selectie vindt zo vanzelf plaats.

11.3 De overheid verplicht enkele vakken op basis- en middelbare scholen.
De overheidsbemoeienis met basis- en middelbare scholen bestaat eruit dat enkele vakken verplicht gegeven moeten worden. De invulling van deze vakken is aan de scholen zelf. Zwemlessen worden verplicht op basisscholen, liefst in de eerste groepen. De overige vakken die in elk leerjaar gegeven moeten worden zijn: Sport, Engels, Omgangskunde, Geschiedenis en het vak Sceptisch Denken. Dit laatste vak dient bij te dragen aan de ontwikkeling tot zelfstandig denken. Omgangskunde dient respect voor andersdenkenden en anderslevenden te bevorderen. Onderwerpen met betrekking tot de seksuele geschiedenis worden toegevoegd aan het examen van Geschiedenis. Anti-pestlessen kunnen bij alle vakken terugkomen wanneer daar aanleiding voor is en sowieso moet het pesten ter sprake komen bij Omgangskunde.


12. VLUCHTELINGEN & ASIELZOEKERS

12.1 Vluchtelingen worden zoveel mogelijk in de regio opgevangen.
Er moet een verdrag worden opgesteld dat de bij de VN aangesloten landen hiertoe verplicht. De kosten voor de opvang zijn grotendeels voor de rekening van de VN. Het is beter om mensen dicht bij huis te houden dan dat ze in voor hen vreemde culturen worden ondergebracht.

12.2 Binnen de EU wordt iedere asielaanvraag maar één keer behandeld.
Een Europees coördinatiebureau regelt de toewijzing van asielzoekers aan de landen. Het aantal asielzoekers dat aan een land wordt toegewezen is afhankelijk van het inwonertal. De eventuele vluchtelingen die worden opgenomen in EU-landen komen voornamelijk uit Europa en Rusland.

12.3 Familieleden worden niet gescheiden bij de opvang.
Het is onmenselijk om familiebanden onnodig te verbreken.

12.4 Bij minderjarige asielzoekers gelden ook de Rechten van het Kind.
Dit houdt bijvoorbeeld in dat deze asielzoekers geen onderwijs mag worden onthouden en dat zij niet zomaar op straat kunnen worden gezet.

12.5 Aanhoudend geweld of levensgevaar zijn de enige redenen voor opvang.
Alleen mensen die aanhoudend te maken hebben met geweld jegens hun persoon of die levensgevaar lopen komen in aanmerking voor opvang. Door alle andersdenkenden en -zijnden op te vangen wordt dan wel voorkomen dat die een leven vol angst moeten leiden, maar de vooruitgang van landen wordt zo indirect tegengewerkt.

12.6 Geen integratiebeleid.
Er komt geen doelgroepgericht beleid om allochtonen te laten integreren. Het begrip 'allochtoon' moet vanzelf verdwijnen en niet gepropageerd worden door de overheid. Voor de PNVD is Iedereen 'gewoon' burger. Integratie valt niet af te dwingen en diversiteit is lang niet altijd negatief.

12.7 Consequenties verbinden aan het niet halen van een inburgeringsexamen.
Dit mondelinge examen gaat alleen over de Nederlandse wetten. Het examen kan in de eigen taal worden afgenomen. Iedereen die slaagt krijgt een wetboekje met daarin de meest belangrijke wetteksten. Dit boekje is minimaal tweetalig (Nederlands en Engels), plus eventueel in een derde, eigen taal. Na geslaagd te zijn is men officieel Nederlander, met alle daarbij behorende rechten. Wanneer men niet slaagt heeft men dus nog geen stemrecht. Kinderen onder de twaalf worden direct Nederlander.

12.8 Gemeenten zijn verplicht om wekelijks gratis bepaalde lessen aan te bieden.
Deze lessen zijn: Engels, Nederlands, Omgangskunde, Geschiedenis en Sceptisch Denken. (Zie ook punt
11.3.) De lessen worden gegeven in buurthuizen. Bij een te laag animo wordt de regio vergroot.

12.9 Er komt een eenmalig generaal pardon.
Dit generaal pardon zal gelden voor alle illegalen die hier minimaal drie jaar zijn alsook voor iedereen die al minimaal drie jaar in een asielzoekerprocedure zit. Deze procedure mag daarna nooit langer dan één jaar duren.

12.10 Illegalen worden onder toezicht uitgezet.
Illegalen worden niet gedoogd en worden onder toezicht uitgezet. Ze worden teruggebracht naar het land waar ze vandaan komen. Wanneer dit onmogelijk is, bijvoorbeeld omdat een bepaald land totaal niet meewerkt, wordt geprobeerd de persoon in een buurland van dat land onder te brengen. Lukt ook dit niet, dan mag hij of zij permanent in Nederland blijven. Stemrecht en Nederlanderschap worden verworven na het behalen van het inburgeringsexamen. Zie ook punt
12.7.

12.11 Iedereen bezit één paspoort.
Een definitief toegelaten vluchteling wordt Nederlander na het behalen van het inburgeringsexamen. Het vorige paspoort is nu niet meer geldig. Buitenlanders die geen asielzoekers zijn, zoals bijvoorbeeld een Amerikaanse die hier een jaartje wil wonen, houden hun eigen nationaliteit en hebben hier dus ook geen stemrecht. Naturalisatie blijft mogelijk indien aan de huidige voorwaarden daarvoor is voldaan en het inburgeringsexamen is behaald. Ook dan is het vorige paspoort niet meer geldig.

12.12 Vanaf het moment dat men Nederlander is heeft men stemrecht.
Men mag dan dus stemmen voor alle verkiezingen in Nederland.

12.13 Bij vertrek wel papieren, bij aankomst in Nederland niet meer, dan terug.
Asielzoekers die bij aankomst in Nederland geen papieren meer hebben, terwijl zij die wel hadden bij hun vertrek, worden direct teruggestuurd naar het land vanaf welk zij vertrokken.


13. MEDIA

13.1 Publieke omroepen mogen een religieuze grondslag hebben.
In het publieke bestel blijven omroepen zoals de NCRV, de KRO en de EO welkom, net zoals het CDA, de ChristenUnie en de SGP aan de politieke verkiezingen mogen meedoen.

13.2 Op de omroepen van het publieke bestel wordt gestemd.
Deze verkiezingen vinden om de vier jaar plaats. De eventuele veranderingen in toegekende zendtijd gaan zes maanden na het stemmen in. Het minimum om zendtijd te krijgen is één procent van de stemmen. Er worden niet langer voorwaarden gesteld aan de inhoud van programma's. De omroepen bepalen hoe ze hun geld uitgeven. Aan de omroepverkiezingen mogen ook nieuwe omroepen meedoen. Omroepen zoals bijvoorbeeld de NOS en de Humanistische Omroep moeten ook meedoen met deze verkiezingen om zendtijd te kunnen krijgen.

13.3 Publieke zenders mogen geen commerciële activiteiten ontplooien.
De omroepen krijgen hun geld van de overheid en via eventueel lidmaatschapsgeld of donaties. Donaties en sponsoring vanuit het bedrijfsleven zijn niet toegestaan. Ook mogen er geen reclames worden uitgezonden en mogen kijkers niet worden opgeroepen om naar 0900-nummers te bellen.

13.4 Een commissie voor de journalistiek mag boetes en rectificaties opleggen.
Deze commissie is een onafhankelijke instelling voor burgers waar iedereen met klachten met betrekking tot de commerciële en publieke media terecht kan. De commissie moet de persvrijheid zeer hoog in het vaandel hebben staan. De commissie kan ook boetes of rectificaties opleggen. Dit gebeurt wanneer een journalist of medium bijvoorbeeld bewust de waarheid (herhaaldelijk) ernstig manipuleert. De huidige Raad voor de Journalistiek zou bijvoorbeeld wat meer bevoegdheden kunnen krijgen om dit te bewerkstelligen.

13.5 Postbus 51 wordt afgeschaft.
Postbus 51 is vooral propaganda van de overheid, het is te belerend en kan daardoor averechts werken. De huidige voorlichting over gevaren van bepaalde producten moet verplicht worden gedaan door de producenten van die producten. Zie ook punt
5.1. Alle andere informatieverstrekking kan plaatsvinden via het publieke debat. Zie ook punt 13.6.

13.6 Op het derde net worden alle Kamerdebatten uitgezonden.
Dit derde net wordt alleen gebruikt voor politieke discussies en reportages. Tevens krijgen op dit net de politieke partijen zendtijd.


14. VERKEER & VERVOER

14.1 De NS komt terug in overheidshanden en reizen per trein wordt gratis.
Op deze manier worden mensen gemotiveerd om per trein te reizen, waardoor het milieu beter beschermd wordt. Ook bevordert het de mobiliteit van bepaalde burgers. Of andere soorten openbaar vervoer gratis worden mag iedere gemeente zelf bepalen.

14.2 Het wordt aanbevolen om het aantal zitplaatsen op NS-stations te vergroten.
Op bepaalde stations kan men tijdens de spitsuren niet altijd een zitplaats vinden. Ook beveelt de PNVD stopcontacten voor nieuwe alsook oude treinen aan, zodat men bijvoorbeeld een laptop kan aansluiten. De misdaad op en rond de stations wordt tegengegaan door veelplegers zwaarder te bestraffen en beter te begeleiden. Zie ook
hoofdstuk 8.

14.3 Er komt een accijns op kerosine.
Omdat vliegtuigen net als auto's het milieu vervuilen komt er ook een accijns op kerosine. De accijns op benzine blijft gehandhaafd omdat de verbranding ervan het milieu vervuilt.

14.4 Rondom scholen en speelplaatsen komen 30 km/uur zones.
Dit soort zones is van levensbelang.

14.5 Het aanleggen van nieuwe snelwegen heeft geen prioriteit.
Het aanleggen van nieuwe snelwegen is geen oplossing voor de huidige fileproblemen. In een dichtbevolkt land als Nederland moet juist zo veel mogelijk het individueel vervoer worden beperkt en gezocht worden naar mogelijkheden tot groepsvervoer, bijvoorbeeld middels het openbaar vervoer. Zie ook punt
14.1.


15. GEZONDHEIDSZORG

15.1 Gratis basiszorg via de overheid.
Voor de basiszorg hoeft men zich dus niet meer te verzekeren. De anticonceptiepil en sterilisatie zijn onderdeel van deze basiszorg. Voor bepaalde zaken, zoals bijvoorbeeld homeopathie, kan men zich privé aanvullend verzekeren.

15.2 Private zorginstellingen zijn toegestaan.
Deze worden niet gefinancierd door de overheid en ze worden net als de staatsinstellingen heel strikt gecontroleerd op de geleverde kwaliteit. De resultaten van deze controles komen in het Nederlands en in het Engels op het internet te staan.

15.3 Euthanasie wordt ook toegestaan bij geestelijk lijden.
Iedereen die weloverwogen dood wil moet zelf het besluit kunnen nemen tot euthanasie. Ook voor euthanasie bij geestelijk lijden moet een traject gelden zoals dat vandaag de dag al bij lichamelijk lijden het geval is.

15.4 Of men orgaandonor wil zijn wordt bij de paspoortafgifte geregistreerd.
Wanneer men een paspoort of een identiteitsbewijs krijgt moet men ook aangeven of men orgaandonor wenst te worden of te blijven. Bij kinderen onder de twaalf jaar bepalen de ouders dit. Jongeren tussen de twaalf en zestien jaar beslissen zelf. Indien zij toestemming hebben verleend tot orgaandonatie moeten de ouders altijd alsnog hiermee instemmen. Indien het kind geen toestemming heeft gegeven is orgaandonatie niet aan toegestaan, ongeacht de mening van de ouders.

15.5 Zorginstellingen dienen informatie aan de overheid te verstrekken.
De zorginstellingen moeten informatie geven over bijvoorbeeld het aantal uitgevoerde en aangeboden behandelingen en de kosten daarvan. Een overheidsbureau zet vervolgens deze informatie in het Nederlands en in het Engels op het internet (een publiek informatieloket) en kan zonodig de gegevens controleren.

15.6 Schizofrenen en psychopaten moeten eerder worden behandeld.
Deze behandeling, inclusief mogelijke medicatie, kan hen worden opgelegd door artsen indien hier aantoonbaar aanleiding voor is. Dit moet in sommige gevallen eerder gebeuren dan vandaag de dag het geval is. Ook moeten schizofrenen en psychopaten indien noodzakelijk hun hele leven begeleiding krijgen, bijvoorbeeld in de vorm van een 'buddy'.

15.7 Thuiszorg moet worden gestimuleerd.
Thuiszorg is relatief goedkoop en het komt het sociale functioneren van de ouderen ten goede; het is menselijker.

15.8 Meer verplegers/doctoren en minder managers bij zorginstellingen.
Het aantal verplegers en doctoren bij gesubsidieerde zorginstellingen moet omhoog, het aantal managers omlaag. Deze aantallen moeten worden bepaald op basis van het aantal patiënten. Doctoren moeten altijd in loondienst zijn, ze mogen niet langer hun diensten aanbieden via een eigen bedrijf.


16. FINANCIËN & ONDERNEMEN

16.1 Er mag geen begrotingstekort zijn.
Zowel de landelijke overheid als de gemeenten mogen geen begrotingstekort laten ontstaan. De huidige staatsschuld moet terugbetaald worden inclusief de rente daarover. De overheid geeft een slecht voorbeeld door geld te lenen, want dit zou voor een rijk land als Nederland niet nodig moeten zijn. De komende generaties moeten deze schuld afbetalen, terwijl zij niet voor deze schuld verantwoordelijk zijn.

16.2 De landelijke overheid moet zich alleen met kerntaken bezighouden.
De belasting die door de overheid wordt geïnd moet alleen gebruikt worden voor de financiering van de kerntaken van de overheid.

16.3*

16.4 De vennootschapsbelasting gaat omlaag voor het midden- en kleinbedrijf.
Om te voorkomen dat er in de toekomst alleen nog multinationals overblijven, is het beter om kleinschalige bedrijven minder vennootschapsbelasting te laten betalen. Buurtwinkeltjes en kleine boerenbedrijfjes krijgen zo meer bestaansrecht, waardoor het in de praktijk ook gezelliger zal worden. Op dit moment betaalt het MKB al minder vennootschapsbelasting, maar de PNVD wil het verschil vergroten: over de eerste 25.000 euro betaalt men slechts 20%, over het meerdere 30%.

16.5 Alle ambtenaren in gelijke functies verdienen hetzelfde.
Dit houdt concreet in dat de leeftijd en het aantal dienstjaren niet langer van invloed zijn op de hoogte van het salaris.

16.6 Er hoeft geen vermogensbelasting betaald te worden.
Rente en dividendopbrengsten gelden als inkomen, dus daarover moet wel belasting betaald worden.

16.7 De Onroerend Zaakbelasting wordt afgeschaft.
Deze verkapte vermogensbelasting wordt geschrapt. Zie ook punt
16.6.

16.8 Schenkingen en erfenissen worden minimaal 50 procent minder belast.
Het is een recht om geld te schenken aan wie of wat men maar wil. De overheid weerhoudt haar burgers hier nogal eens van, doordat zij een groot percentage van het geld opeist. Een erfenis is ook een soort schenking.

16.9 Er worden geen of zo min mogelijk subsidies gegeven.
Zo worden bijvoorbeeld de landbouwsubsidies stopgezet. Subsidies maken mensen afhankelijker en benadelen vaak anderen. Ook zorgt een subsidie er nogal eens voor dat de ontvangers 'politiek correcter' gedrag gaan vertonen, bang als ze zijn de subsidie te verliezen. Als de overheid bepaalt wanneer burgers en instellingen in aanmerking komen voor subsidies wordt daarmee automatisch de keuzevrijheid beïnvloed. De subsidiëring van topsport wordt gefaseerd afgeschaft. Subsidiëring van topsport leidt er dan wel veelal toe dat er meer medailles worden gehaald op de Olympische Spelen, maar niet iedereen is even gecharmeerd van (top)sport, zeker aangezien dit vaak tot overdreven nationalisme leidt. De DDR haalde naar verhouding ook altijd veel medailles.

16.10 De overheid en werkgevers dragen niet verplicht bij aan kinderopvang.
Kinderopvang hoeft namelijk niet veel geld te kosten, er zijn zat mensen die graag met kinderen om willen gaan en deze taak op zich kunnen nemen. Het afschaffen van verplichte vergunningen zal de kinderopvang ook goedkoper maken. Zie punt
16.22.

16.11 De In- en Doorstroombanen (voorheen Melkertbanen) worden afgeschaft.
Deze zijn gedeeltelijk gesubsidieerd. Dat vindt de PNVD ongewenst. Zie punt
16.9.

16.12 Werken tegen betaling is toegestaan vanaf het twaalfde levensjaar.
Tot zestien jaar is het aantal uren dat per week tegen betaling mag worden gewerkt gelijk aan de leeftijd van de werkende.

16.13 De belastingen worden geïnd middels belastingschalen.
Het belastingstelsel wordt simpeler. Het belastingspercentage neemt toe naarmate het inkomen toeneemt. Mensen die meer verdienen moeten procentueel gezien meer betalen omdat ze netto meer geld overhouden.

16.14 De huursubsidie en de hypotheekrente aftrek worden afgeschaft.
Dit wordt opgevangen middels belastingschalen. Zie punt
16.13.

16.15 Aftrekposten worden geschrapt ten gunste van het belastingtarief.
De belastingaangifte kan inderdaad veel makkelijker. Diverse aftrekposten moeten worden geschrapt, zodat het algemene belastingtarief lager uitvalt.

16.16 Ondernemers mogen zelf de openingstijden van hun bedrijven bepalen.
De winkeltijdenwet wordt dus opgeheven. Dit mag niet leiden tot overmatige overlast.

16.17 Een bedrijf starten wordt in principe overal mogelijk.
De voorwaarden zijn dat er geen hevige overlast mag ontstaan en dat de veiligheid niet in het geding is. Men mag ook een winkeltje in eigen huis starten, ook als het bijvoorbeeld een rijtjeshuis in een volksbuurt betreft.

16.18 De aparte regelgeving voor seksbedrijven en seksshops wordt afgeschaft.
Er gelden momenteel onterecht moralistische regels die het moeilijker maken om bijvoorbeeld een seksshop te openen.

16.19 De wettelijke minimumlonen worden afgeschaft.
Bedrijven kunnen zo ook banen aanbieden onder het huidige minimumloon. Bedrijven en instellingen zullen meer tegen elkaar op gaan bieden. Dit zal ook het geval zijn voor ongeschoolde arbeid, mede omdat er ook een basisuitkering komt (zie punt
20.4). De overheid gaat zich zo min mogelijk met vakbonden bemoeien.

16.20 Vergunningen voor bedrijven worden zo veel mogelijk samengevoegd.
De veiligheids-, milieu- en gezondheidsaspecten moeten samen met de arbeidsvoorwaarden in één vergunning worden opgenomen. Eén landelijk bureau zal de vergunningen gaan verstrekken. Dit bureau kan tevens exploitatieverboden opleggen indien niet (meer) aan de eisen wordt voldaan.

16.21 De overheid stelt een schadefonds in voor rampen.
Bij een eventuele ramp kan dan worden uitbetaald aan de gedupeerden.

16.22 Geen verplichte vergunningen voor bepaalde beroepen.
Voor een aantal beroepen, zoals bij de kinderopvang en in het onderwijs, moeten de verplichte vergunningen worden afgeschaft. Bedrijven en instellingen kunnen zelf bepalen wat de eisen voor hun werknemers moeten zijn. Vandaag de dag moeten opa's en oma's bijna een vergunning halen om op hun kleinkinderen te mogen passen.

16.23 De overheid gebruikt zoveel mogelijk het besturingssysteem Linux.
Linux is open source, gratis en kan makkelijk geworden geüpdate.

16.24 De overheid bemoeit zich niet met arbeidscontracten.
Werkgevers bepalen zelf wanneer en of zij vaste arbeidscontracten aanbieden. Ook de duur van de vaste arbeidscontracten mag door de werkgevers zelf worden bepaald.

16.25 De omzetbelasting (btw) wordt afgeschaft.
Uitgezonderd vervuilings- en vennootschapsbelasting, wil de PNVD dat enkel nog loonheffing wordt ingehouden. Voor uitleg, zie onder meer punten
2.10, 16.6, 16.7 en 16.13.


17. MILIEU & VOEDING

17.1 Op organismen kan geen patent worden verkregen.
De PNVD is tegen de patenteerbaarheid van organismen omdat dit concentratie van macht tot gevolg heeft. Bedrijven gaan patent-hamsteren om genen in handen te krijgen om daarmee controle uit te kunnen oefenen en hun wil op te kunnen leggen aan consumenten en boeren. Het gevolg hiervan is dat er ongewenste afhankelijkheid ontstaat en er meer dierproeven zullen plaatsvinden met slechts als doel economisch gewin.

17.2 Genetische manipulatie en klonen mag alleen onder strenge voorwaarden.
Het is onjuist om op voorhand deze nieuwe mogelijkheden via wetgeving te verbieden. De mogelijke effecten ervan zijn immers onbekend. Wel is het belangrijk dat op dit soort activiteiten streng toezicht wordt gehouden om eventuele schadelijke effecten te voorkomen.

17.3 Als voedsel genetisch gemanipuleerd is moet dit op het etiket staan.
Dit kan het beste met een speciaal, liefst internationaal, teken worden aangegeven.

17.4 Er moet een universeel teken komen voor producten die vegetarisch zijn.
Voor producten die altijd vegetarisch zijn hoeft dit teken uiteraard niet te worden gebruikt. Tevens moet er een verplicht teken komen voor producten waar de zoetstoffen glutamaat of aspartaam aan zijn toegevoegd. Dit alles als aanvulling op de al bestaande tekens voor biologische en ecologische producten.

17.5 Kernsplitsing moet worden verboden.
Er mag ook geen met kernsplitsing opgewekte energie uit het buitenland worden geïmporteerd. Er zijn alternatieven voor kernsplitsing en deze vorm van energieopwekking kan levensgevaarlijk zijn.

17.6 Geen energie- en waterliberalisering.
Bepaalde zaken moeten in overheidshanden blijven, zodat de veiligheid en beschikbaarheid ervan gewaarborgd blijven.

17.7 De overheid moet meer gebruik maken van wind- en zonne-energie.
Deze vormen van energie zijn milieuvriendelijk en onuitputtelijk. Zo moeten er bijvoorbeeld zonne-energiepanelen langs snelwegen worden geplaatst en meer windparken worden aangelegd.

17.8 De accijns op energie wordt verhoogd.
Voor het belasten van het milieu moet betaald worden. Mensen zullen zo zuiniger met energie omspringen.

17.9 Industrieën moeten ecotaks betalen.
Het moet niet langer zo zijn dat bedrijven verhoudingsgewijs minder belasting moeten betalen naarmate het energiegebruik toeneemt.

17.10 Op vliegtickets wordt vervuilingsbelasting geheven.
Momenteel zijn vliegtickets nog vrij van vervuilingsbelasting, terwijl vliegtuigen het milieu behoorlijk vervuilen.

17.11*

17.12 Er komt een verbod op chloortransporten.
Het gesleep met chloor is eenvoudig te stoppen door chloor ter plaatse te produceren en te gebruiken.


18. DIERENWELZIJN

18.1 Er moet een verdrag tot bescherming van de Rechten van het Dier komen.
Bekeken moet worden welke rechten van de Universele Rechten van de Mens ook van toepassing moeten zijn op dieren. Voorbeelden zijn het recht om niet gefolterd te worden en andere vormen van geweld of leed te moeten ondergaan. Het fokken van dieren die door selectieve fok allerlei lichamelijk klachten hebben (vanaf de geboorte) moet worden verboden. Ook moet worden verboden dat koeien het hele jaar op stal staan.

18.2 Er moeten strenge voorwaarden aan dierproeven worden gesteld.
Dierproeven mogen alleen plaatsvinden wanneer deze ten bate zijn van de volksgezondheid. Er dient altijd toetsing van alternatieve onderzoeksmethoden plaats te vinden. Misschien kunnen op den duur alle dierproeven worden verboden.

18.3 Vlees- en visconsumptie door mensen wordt verboden.
De PNVD is tegen moorden, of het nu om mensen of om dieren gaat. Het fokken van nertsen en andere dieren om hun pels te gebruiken wordt daarom ook verboden. Omdat een verbod op vlees- en visconsumptie een grote impact heeft voor mensen die werkzaam zijn in deze industrie, moet de overheid deze mensen financieel tegemoet komen zodat zij hun bedrijf zodanig kunnen omvormen zodat het vermoorden van dieren niet langer plaatsvindt. Dit verbod zal geleidelijk moeten worden ingevoerd en liefst in Europees verband, om zo criminele handel te voorkomen.

18.4 De sportvisserij moet verboden worden.
De vrijheid van de vissen wint het hier van de vrijheid van de sport- en pleziervissers. Vissen kunnen geen toestemming geven voor een haak in hun bek.

18.5 Het plezierjagen op wild wordt verboden.
Dit geldt ook voor leden van het koningshuis. Noodzakelijke jacht mag blijven plaatsvinden. Ambtenaren moeten gaan controleren of de jachtwetten niet worden overtreden.

18.6 Er komt een verbod op legbatterijen.
Kippen moeten weer de ruimte krijgen die ze verdienen. De beweegruimte voor dieren in stallen moet ook aan strengere eisen gaan voldoen.

18.7 Recidiverende dierenmishandelaars krijgen een dierhoudverbod.
Op deze manier worden dieren beter beschermd tegen geweld.

18.8 Bepaalde paardenevenementen worden verboden.
Een voorbeeld hiervan is de military, waarbij paarden teveel risico lopen op blessures.

18.9 Er moet terughoudend worden omgegaan met het uitzetten van dieren.
In Nederland zijn door de eeuwen heen diverse diersoorten uitgestorven. In plaats van dieren uit te gaan zetten in de natuur moet de natuur in Nederland aan terrein gaan winnen. Op die manier komen bepaalde diersoorten vanzelf terug.


19. KINDERRECHTEN

Dit hoofdstuk is anders dan de andere, in die zin dat alleen wordt verwezen naar de punten in andere hoofdstukken waarin onderwerpen ter sprake komen die direct of indirect van invloed zijn of te maken hebben met het welzijn en de rechten van kinderen. Kinderrechten in een apart hoofdstuk willen uitschrijven heeft als risico dat in andere hoofdstukken de kinderen over het hoofd worden gezien. De PNVD is van mening dat bij iedere beslissing die wordt genomen rekening gehouden moet worden met kinderen.

1.9 Kinderen krijgen stemrecht vanaf twaalf jaar.

1.10 Wetten die betrekking hebben op jonge kinderen worden extra beoordeeld.

5.2 Roken, gokken en het drinken van alcohol worden legaal vanaf twaalf jaar.

6.7 Rechtshulp moet toegankelijker worden.

6.8 De kinderrechter blijft bestaan.

6.19 De leeftijd waarop men volwassen wordt, wordt zestien jaar.

9.1 Seksuele voorlichting wordt gegeven vanaf de kleuterschool.

9.2 Jongeren mogen vanaf twaalf jaar seksuele contacten aangaan.

9.5 Vanaf zestien jaar mag men in een pornoproductie verschijnen.

9.9 Besnijdenis van jongens en meisjes onder de zestien jaar wordt strafbaar.

10.1 Basisscholen mogen niet gebaseerd zijn op een religieuze grondslag.

10.2 Na de basisschool kiezen kinderen zelf hun school.

12.3 Familieleden worden niet gescheiden bij de opvang.

12.4 Bij minderjarige asielzoekers gelden ook de Rechten van het Kind.

14.4 Rondom scholen en speelplaatsen komen 30 km/uur zones.

16.12 Werken tegen betaling is toegestaan vanaf het twaalfde levensjaar.

20.12 Kinderen mogen vanaf hun twaalfde jaar bepalen bij wie ze willen wonen.


20. OVERIGE ZAKEN

20.1 Burgers kunnen de gegevens die de overheid over hen bewaart inzien.
Het is goed als burgers inzicht hebben in het detailniveau van de gegeven die de overheid over hen bewaart en de juistheid van die gegevens. Om misbruik van gegevens te voorkomen mag de overheid niet zomaar alle gegevens over mensen verzamelen. De AIVD krijgt hierin meer vrijheid, zij mag ook gegevens verzamelen die nodig zijn om de nationale en internationale veiligheid te waarborgen of te herstellen. De AIVD blijft verplicht verantwoording af te leggen aan de betrokken ministers.

20.2 Boksen onder de zestien jaar mag alleen met hoofdbescherming.
Kinderen en jongeren blijven zo meer beschermd tegen mogelijk letsel.

20.3 Ook de overheid mag mensen ouder dan 65 jaar in dienst houden of nemen.
De overheid mag niet discrimineren, dus discrimineren op leeftijd mag ook niet. In bepaalde gevallen is dit moeilijk, zoals bij de stemgerechtigde leeftijd.

20.4 Niemand is verplicht te solliciteren; er is een lage basisuitkering.
De minimale basisuitkering wordt 450 euro netto per maand. Dit gaat ook op voor mensen die pertinent niet willen werken en nooit solliciteren. De basisuitkering is exclusief kinderbijslag en de basiszorg en scholing worden door de overheid betaald. Mensen die minimaal de zes maanden voordat zij een basisuitkering krijgen gewerkt hebben, krijgen de eerste drie maanden een loongerelateerde basisuitkering. Wanneer men werkt naast de basisuitkering wordt het verdiende bedrag aangevuld tot 450 euro. Verdient men meer dan 650 euro inkomsten uit arbeid, dan vervalt de basisuitkering. Bij inkomsten tussen de 450 en 650 euro wordt het verdiende bedrag aangevuld tot 650 euro.

20.5 Iedereen krijgt vijf extra vrije dagen per jaar.
Daarmee zit Nederland op het Europees gemiddelde. De PNVD stelt deze extra dagen voor: Suikerfeestdag, Wereld Dierendag (4 oktober), Nationale Bevrijdingsdag (5 mei), Dag van de Naastenliefde (14 februari), en Kinderdag (23 april). Op 23 april is het ook Wereld Boekendag, des te meer reden voor een vrije dag.

20.6 De vaste boekenprijs komt te vervallen.
Op deze manier ontstaat er een marktwerking zoals die er nu ook is bij cd's.

20.7 Het downloaden van muziek en speelfilms door particulieren wordt legaal.
Muzikanten en de filmindustrie kunnen geld verdienen door bijvoorbeeld live op te treden en door de verkoop van hun films aan bioscopen. Er blijven altijd mensen die graag het originele materiaal willen bezitten, bijvoorbeeld om hun idolen te steunen.

20.8 Het briefgeheim gaat ook gelden voor e-mails en telefonische contacten.
Bij een serieuze verdenking van strafbare feiten waarop minimaal vier jaar staat mag justitie het briefgeheim schenden.

20.9 Er komen geen wettelijke beperkingen wat encryptie betreft.
Encryptie is het versleutelen van berichten of bestanden waardoor derden deze niet kunnen lezen. Burgers hebben het recht om zich op deze manier tegen kwaadwillende derden te beschermen.

20.10 In reclames moeten het telefoonnummer en het tarief even groot worden afgebeeld.
Op deze manier weten consumenten beter waar ze aan toe zijn.

20.11 De tekst "God zij met ons" moet verdwijnen van de 2-euromunt.
Kerk en staat dienen zo veel mogelijk gescheiden te blijven. Tijdens de invoering van de euro is deze tekst slechts op de 2-euromunt blijven staan en niet opgenomen op de 1-euromunt. De burgers zijn hierover destijds onvolledig geïnformeerd. De PNVD speelt tenminste open kaart: zij wil ook van deze tekst op de 2-euromunt af.

20.12 Kinderen mogen vanaf hun twaalfde jaar bepalen bij wie ze willen wonen.
Een voordeel hiervan is dat bepaalde ouders eerder en meer rekening gaan houden met hun kinderen. Door kinderen al op jongere leeftijd deze mogelijkheid te geven leren zij beter met vrijheid om te gaan en eigen keuzes te maken. Wanneer ouders uit elkaar gaan en hun kinderen jonger dan twaalf jaar zijn, houdt de biologische moeder de voogdij. In andere gevallen, bijvoorbeeld als twee mannen het kind opvoeden, bepaalt een rechter wie de voogdij krijgt. De ouder die geen voogdij krijgt heeft het recht om tweewekelijks de kinderen te zien, en daarnaast op tien elkaar opvolgende (vakantie)dagen. Indien de ouder die de voogdij niet heeft deze mogelijkheid niet geboden krijgt, kan deze via een rechter de voogdij opeisen waarna de rollen van de ouders omgedraaid zijn.

20.13 De overheid geeft haar copyright op onder meer boeken vrij.
Momenteel heeft de overheid bijvoorbeeld in Nederland het copyright op "Mijn strijd" (Mein Kampf), een boek geschreven door Adolf Hitler in 1924. De overheid probeert op deze manier herpublicatie te voorkomen. Dit beschouwt de PNVD als een aanval op de vrijheid van meningsuiting en als directe censuur.

20.14 Internet- en telefoonverkeer wordt niet opgeslagen.
Verkeersgegevens van telefonie en internet worden niet opgeslagen. Naast de privacybezwaren zijn Big Brother-achtige praktijken niet ondenkbeeldig.

20.15 De overheid stimuleert sociale woningbouw.
Het tekort aan goedkope huurwoningen is in bepaalde steden dermate groot, dat de overheid gemeenten mogelijk zal moeten verplichten tot het realiseren van keetwoningen, containerwoningen of spaceboxen.


Nawoord

Wij hopen dat u zich kunt vinden in onze standpunten. Mocht dit het geval zijn, dan kunt u ons steunen door:

Mocht u actief betrokken willen raken bij de PNVD, dan kunt u contact met ons opnemen.


Wijzigingen

Sinds april 2004 heeft dit document de volgende wijzigingen ondergaan:

24 april 2004: oorspronkelijke versie
9 mei 2004: kleine aanpassingen
6 september 2004: veranderingen in 2.5; 9.5; 6.22
8 mei 2005: inleiding uitgebreid; 7.8
31 mei 2006: definitief verkiezingsprogramma 2007 - 2011: geschrapt zijn 6.13, 8.4, 16.3, 17.11; veranderingen in 11, 16, 2.10, 8.5, 8.6, 9.8, 11.1, 14.5, 16.4, 16.15, 17.5, 17.10, 18.3, 20.10, het begin van "Onze oplossing" in de inleiding; toegevoegd zijn 1.26, 10.11, 12.13, 15.7, 15.8, 16.25, 20.13, 20.14, 20.15, "Één of meer zetels" in de inleiding

------------------------------------------------------
Copyright © 2004-2010 PNVD